Get Adobe Flash player

Band des Broeders

Het was ondraaglijk. Hels. Iedere stap kon de laatste zijn. Hoe dan ook moest ik rustig blijven, al raasde de adrenaline mijn strot uit. En ze raasde mijn strot uit, dat kan ik je verzekeren. Uitputting en de gedachte aan die bewuste fatale kogel tussen mijn oren vertroebelden mijn mentale welzijn. Stiekem hoopte ik dat het er slechts één zou zijn, bij voorkeur tussen mijn ogen. Netjes. In realiteit draaide het echter vaak anders uit, heel anders. Omdat ik wist dat de krop in mijn keel dit alles aan hen zou verraden, gebaarde ik met mijn hand dat de kust veilig was, waarop mijn bataljon me sluipend vervoegde. In de verte zag ik mijn broer zijn laatste Claymore antipersoonsmijnen plaatsen, ‘de dode hoek’ zoals wij ze noemden, om te voorkomen dat we vijandelijk ijzer in onze rug kregen. En die kans was groot, zeer groot. We waren ’s nachts, na het bombardement, tot diep in het hol van de leeuw doorgedrongen. De belegerde stad was verlaten, geen burger meer te bekennen, gelukkig. Dit betekende natuurlijk niet dat het gevaar geweken was. Die ochtend speurden we de horizon dan ook af naar eventuele belagers. Tussen smeulende gebouwen baanden we ons een weg door grijs-zwarte rookpluimen, stadsdampen en hinderlijke ochtendnevel. De druk was onhoudbaar. Gelukkig hield de pijn van enkele diepe schampwonden me wakker en enigszins alert. En dat was nodig, zo bleek. Toen we het einde van die steeg naderden kwam er een tank voorbijgeraasd. Ik was volledig ontdaan, ik had na het bombardement geen pantservoertuigen meer verwacht in de stad. Mijn hart stond stil toen ik zag dat ze vertraagde. Ik vloekte hevig in mijn binnenste. Eén schot in onze richting was voldoende om ons allemaal te doden. Het risico was te groot. Ik beval mijn mannen strategische posities in te nemen. We maakten gebruik van de dichte stofwolk die de tank had doen opwellen. De beste vriend van mijn broer plaatste zich geknield in een beschikbare deurholte met zijn SRAW antitankwapen op het doel gericht. De rest hield z’n granaten paraat terwijl mijn broer de naderende tank besloop. Vervolgens deed hij iets wat ik onverantwoord vond. Maar het was te laat om hem tegen te houden. Hij ging op de grond liggen. Terwijl het asfalt onder zijn rug begon te daveren hield hij enkele C4-explosieven naast zich. Ik kreeg geen lucht meer van pure miserie. Mijn broer lag verdomme onder een tank met explosieven. De rest van het bataljon zette zich al schrap voor wat zou volgen. Ikzelf zocht dekking achter een muur. Met mijn broer verscheen gelijk een sprankeltje hoop aan het andere uiteinde van die tank. Maar net toen ik dacht dat de situatie goed zou uitdraaien werd de mitrailleur bovenop de tank bemand. Reflexmatig greep ik mijn wapen, richtte ik, en sloot ik mijn ogen terwijl ik schoot. Een snelle dood. Een schot door zijn hals. Het angstzweet droop van mijn hoofd, mijn handen waren klam. Tot overmaat van ramp begon toen de loop van het gevaarte in mijn broers richting te draaien. Net voor de loop op hem gericht was riep ik uit volle borst zijn naam, waarop hij zich omdraaide en net op tijd de detonator ontstak. De scherven vlogen hem om de oren toen hij wegdook van de explosie. Grote brokken puin en beton werden, vergezeld van hete vlammen, in onze richting geslingerd. Al wat van de tank overbleef was een smeulend metalen karkas. Het bataljon verzamelde opnieuw. Ik vertelde hen dat ik trots was op ieder van hen, alle zeven. Onze schade was miniem, maar tijd voor euforie was er niet. We waren natuurlijk niet naïef, die ontploffing had enorme consequenties. We hadden onze positie en onze aanwezigheid verraden. Hoogstwaarschijnlijk kwam al wat nog weerstand kon bieden nu op ons af. Toen ik mijn mannen moed aan het inspreken was hoorden we in de verte één van onze antipersoonsmijnen ontploffen. Een verschrikkelijk gevoel. We werden omsingeld. De missie moest nu in versneld tempo, en dus met minder omzichtigheid, verder worden gezet. Ik werd gefolterd door het feit dat dit, net nu we zo dicht bij ons doel waren, moest gebeuren. Onze overlevingskansen slonken met de seconde. En die seconden leken wel uren. Uitgeput, bezweet en gedemoraliseerd drongen we dieper en dieper de stad binnen. Het was eerder een strategische sprint tot bij doel. Tot mijn grote verbazing bereikten we het overheidsgebouw levend. De omwalling vormde geen obstakel voor ons. We waren goed getraind. Toen de laatste man over de muur was geklauterd liepen we naar het binnenplein van het complex. Ik beval mijn mannen dekking te zoeken in het hoofdgebouw. We spurtten muisstil naar de hoofdingang. We hadden nog maar tien meter te gaan toen een granatenregen uit het niets op ons neer donderde. Toen ik het gebouw binnengestormd was hoorde ik een helse kreet. Ik draaide me om. Iedereen was binnen, behalve één iemand. Ik zag mijn broer daar in het midden van het plein liggen, hulpeloos en onbeschermd, kermend van de pijn. Hij was getroffen in zijn rechterbeen. De stenen rondom hem kleurden dieprood. Ik brulde reflexmatig de longen uit mijn lijf. “Neeeeeeeeeeeeeeeee!” Hij gebaarde mij om hem aan zijn lot over te laten. Ik kon het niet, het was mijn broer. Ik beval mijn medestrijders de missie verder uit te voeren terwijl ik naar buiten stormde. Ik spurtte naar mijn broer en knielde naast hem. Zijn been viel niet meer te redden, dat zag ik meteen. Hij had reeds veel bloed verloren, te veel. Ik kon mijn tranen niet bedwingen en drukte hem tegen mijn borst. Zijn adem stokte. We keken elkaar aan met waterige ogen. Toen ik om me heen tuurde zag ik dat het dak van het complex inmiddels bevolkt werd door enkele sluipschutters, richtend op doel. “Tussen mijn ogen jongens, alsjeblieft.” Ik keek wederom naar mijn broer. Hij was bleek. Ik zag dat hij zijn resterende krachten bundelde om me voor de laatste keer nog iets te zeggen: “Ons mama roept broer, we moeten gaan eten!”

Hij had gelijk. We zetten onze computers af. Ik reikte hem de hand en hielp hem van zijn stoel met een glimlach. We stormden zijn kamer uit, daalden de trap af en gingen aan tafel zitten om onze soldij te verorberen na een hevige strijd.

2 Responses to Band des Broeders

  • Gunther says:

    Doet me een beetje denken aan de momenten dat ik Resistance speel met de vriend van mijn zus op de Playstation 3. Zo meeleven met het verhaal en je eigen personage, dat de realiteit even verdwijnt. Heerlijk.

  • Illiveris says:

    In dit geval was het het aloude Battlefield 2.. Dat blijft gewoon goed.. :-p Maar je hebt dezelfde spirit, ik voel het! :-p

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

De Dialoog