Get Adobe Flash player

De Voorlopige Vrede van Volkswagen

Ik ben terug op de plek die ik enige tijd geleden uitkoos als nieuwe veilige haven, toen ik mij op alle vlakken ontheemd waande. Ondanks de volle terrassen voor mijn neus en het gezapige gezoem dat deze mensenkluwens voortbrengen is mijn kot een oord van rust. Fysieke mobiliteit wordt hier beperkt ten voordele van intellectuele.

Hoe rustig het hier ook moge zijn, het thuisfront kent nog steeds zijn woelige periodes in de nasleep van de echtscheiding. Eigenlijk is het verbazingwekkend hoeveel drama er uit enkele mensenlevens te persen valt. Persoonlijk dacht ik dat we nu eindelijk voldoende leed en tranen uit de situatie geperst hadden, maar blijkbaar gaan we echt voor volledige droogte.

Zo leek het althans eerst niet. Gunstige boodschappen bereikten mijn kot de laatste tijd. Mijn vader had samen met mijn moeder de dialoog opgezocht. Hij contacteerde haar in verband met de omstreden Volkswagen. Zijn moeder, mijn grootmoeder, had namelijk op de beeldbuis vernomen dat de situatie zoals ze nu was, met mijn vader als bezitter van de wagen en de kinderen als daadwerkelijke bestuurders, wel eens zeer ongunstig voor hem kon uitdraaien in geval van ongeval. Hoewel het wederom mijn grootmoeder sierde dat zij eerder aan de financiële nadelige gevolgen voor mijn vader dacht dan aan de consequenties qua levenskwaliteit voor de inzittenden, draaide de situatie voor deze laatsten toch gunstig uit. Mijn grootmoeder adviseerde namelijk de auto te verkopen. Bijgevolg besloot mijn vader de Volkswagen te verkopen aan mijn moeder voor het profijtelijke bedrag van €0. Het ondertekenen van de nodige verbintenissen ging gepaard met een redelijk vlotte babbel en zo werd ‘De vrede van Volkswagen’ bestendigd, al zou deze van zeer korte duur blijken.

Verder onderwerp aan de onderhandelingstafel was het feit dat de sms’en die hij naar zijn zonen had gezonden zeer koel werden onthaald. De jongste moest namelijk zeer grondig zijn agenda doorzoeken om nog een vleugje tijd te vinden voor zijn vader, en bij de oudste was er zelfs geen sprake meer van afspreken zolang oude spoken niet werden verjaagd. Hij had het dan maar opgegeven. Dit laatste wekte gemengde gevoelens op. Aan de ene kant koesterde ik de vurige wens met rust gelaten te worden door de vrek die ons gedurende zijn penopauze het leven zo zuur had gemaakt. Aan de andere kant, echter, vroeg ik mij af of het verleden, waar hij eerder schijnbaar zo naar hunkerde, hem nu zo weinig waard was geworden dat hij er nog slechts één enkele sms-sessie aan kon besteden. Het zij zo.

Symbolisch was ook het feit dat hij de sleutels van zijn zonen terugvroeg. Niet zozeer omdat ze niet meer welkom waren, ze mochten deze altijd terug komen vragen, maar omdat een extra huissleutel geen overbodige luxe is. Zonder tegenstribbelen werd zijn verzoek ingewilligd. Een trieste maar rustige wapenstilstand.

Lang heeft het echter niet mogen duren. Enkele dagen later besloot een oude kennis, een vaste klant in het voormalige restaurant van mijn ouders en voorzitter van een niet nader bepaalde blauwe partij in Lier, zichzelf namelijk op een wel zeer merkwaardige wijze persona non grata te verklaren.

Het was een zachte zomeravond en het gezellige terras van het restaurant, nu in het bezit van nieuwbakken eigenaars Siegfried en Roy, was zoals gewoonlijk bezaaid met klanten, waaronder ook de voorvermelde kennis, Louis genaamd.

Plots stelde Louis Roy de vreemde vraag wat er zou gebeuren als hij mijn vader en zijn partner zou uitnodigen om bij hem aan tafel te komen zitten. Roy antwoordde dat beiden absoluut niet meer welkom waren na al wat er gebeurd was.

Wat er allemaal gebeurd is vraagt u?

Zoals u weet, of niet weet, heeft mijn vader mijn moeder negen jaar bedrogen met An. Mijn ouders hebben bijna negentien jaar samen een restaurant uitgebaat. Ook An werkte bijna een decennia in dit restaurant als vaste waarde. Ze was tevens de beste vriendin van mijn moeder. Ettelijke uren hebben ze samen gewerkt, ettelijke uren heeft zij haar vertrouwen geschonden. Mijn moeder was niet de enige wiens vertrouwen geschonden werd, uiteindelijk werd heel de ploeg voor de gek gehouden. Siegfried groeide als chef ook uit tot een vaste waarde, net als Roy, die zich ontpopte tot een uitstekende ober. Beiden zijn zeer goede vrienden van mij en mijn moeder geworden. Aangezien veel van het drama zich afspeelde in de nabijheid van de werkvloer en we slechts enkele meters tegenover het restaurant wonen hebben ook zij de situatie zeer diepgaand ervaren. Ze waren onvoorwaardelijke steun en toeverlaat toen mijn moeder gebukt ging onder haar verdriet en mijn vader zijn ego niet onder controle had.

Het nieuws betreffende de overspeligheid werd onthuld gedurende de periode dat Siegfried en Roy het restaurant overnamen. An heeft zelfs nog enkele maanden voor hen gewerkt, gedurende haar opzegtermijn, terwijl iedereen wist wat ze gedaan had. Ze gaf geen kick. Iedereen verachtte haar, maar zij bleef gewoon doorwerken alsof er nooit iets gebeurd was. Gedurende heel die periode bleef mijn vader haar ook beschermen. Ik weet nog goed dat zij toen taart had meegebracht voor haar verjaardag, een personeelstraditie. Uiteraard aten ik en mijn moeder niet van haar verachtelijke bananentaart, die tevens mijn vaders lievelingstaart was. Hij was razend toen hij dat te weten kwam, het arme meisje.

Mijn vader had de nieuwe uitbaters trouwens beloofd dat hij hen zou begeleiden tot ze op hun eigen benen konden staan en de zaak alleen draaiende konden houden. Toen puntje bij paaltje kwam stemde dit echter niet overeen met zijn feitelijke agenda. Hij was er namelijk op gebrand zo snel mogelijk de vier appartementen die hij over het restaurant had gebouwd, onze nieuwe woonst, te vervolledigen. Toen ze hem het meest nodig hadden, liet hij hen stikken uit eigenbelang. Dat werd hem dan ook kwalijk genomen, samen met vele andere drama’s die deze periode zwart kleurden. Hij was niet meer welkom.

Mijn vader had Siegfried enige tijd na deze gebeurtenissen al wel eens subtiel in een nostalgische bui verzocht of hij niet, samen met An, terug mocht komen eten in het restaurant. Ik hoef u niet te wijzen op de absurditeit van deze verwerpelijke bede. Het antwoord was dan ook negatief. Bijgevolg waren dus zowel Louis als mijn vader ingelicht over wie nog welkom was en vooral wie niet.

Toen brak het moment aan dat mijn vader thuiskwam. Louis zag hem en groette hem, vriendelijk gebarend. Mijn vader benaderde Louis’ tafel en werd uitgenodigd erbij te komen zitten. U hoort het goed, hij werd enkele momenten nadat Roy erop gewezen had dat hij niet welkom was uitgenodigd door Louis om zijn tafel te vervoegen. De keuken, waar zowel mijn moeder als Siegfried aan het werk waren, werd op de hoogte gesteld. De gemoederen raakten verhit.

Hoe schandelijk de daad van Louis ook was, hoeveel er in het verleden ook gebeurd was, er kon nog net voldoende respect opgebracht worden voor de man die bijna twintig jaar eigenaar was geweest om hem niet te verzoeken het terras te verlaten, nog net. Een scène maken was uiteraard ook niet zo gunstig voor het imago van de zaak.

Tot overmaat van ramp kwam An toen thuis van haar werk. Mijn vader zag haar en ging haar even begroeten aan de overkant. Blijkbaar trachtte hij haar daarna te overtuigen om mee aan die ene terrastafel te gaan zitten. In eerste instantie schudde ze haar hoofd. In tegenstelling tot wat ik aanvankelijk dacht kent ze blijkbaar toch één emotie: angst. Gelukkig. Mijn vader bleef echter aandringen. Met lede ogen zag zowel het keuken- als zaalteam aan hoe zij de straat overstak en Louis begroette. Roy was net aan die tafel wijn aan het uitschenken terwijl hij plots een stem hoorde waar hij van walgde:

“Dag Roy.”

Ze werd flagrant genegeerd. Alsof er nooit iets gebeurd was had zij het lef Roy te begroeten. Gelukkig speelde wederom de enige emotie die ze nog kende haar parten. Ze durfde niet aan die tafel te gaan zitten. Ze werd dan ook nauwkeurig in de gaten gehouden, door iedereen. In de keuken werden zowel messen als tongen geslepen, in allerijl werd hun woede bedwongen. Indien zij haar achtersteven op een stoel had geplant zou de hel losgebroken zijn. Mijn vader vervoegde haar daarna dan maar naar huis.

Wat bezielde Louis? Hoe haalde hij het in zijn hoofd? Hoe kan een mens zo’n slecht karakter bezitten? Hoeveel krankzinnigen is deze wereld eigenlijk rijk?

Normaal begroet hij na zijn maaltijd de keuken altijd nog even voor zijn vertrek, dat deed hij deze keer echter niet. Men zou hem dan ook levend gevild hebben. Ook hij is uiteraard niet meer welkom, de buitenstaander die wellicht al vele stenen heeft doen vechten en nu ook de ‘Vrede van Volkswagen’ verbrak.