Captain America: The First Avenger
Ik had enkele dagen geleden het genoegen om de avant-première van ‘Captain America: The First Avenger’ bij te wonen. Tot mijn eigen verbazing gebruik ik hier bewust en geheel onverwacht het woord ‘genoegen’. Ik en actiefilms, wij hebben niet zo heel veel gemeen ziet u. Wanneer testosteron en wapens elkaar ontmoeten ben ik daar in de bioscoop meestal geen kroongetuige van. Ik hoef u dus ook niet te vertellen dat mijn verwachtingen niet erg hoog gespannen waren. De titel alleen al leek een arrogant patriottistische met breinloze schietpartijen doorspekte lofzang op Amerika te suggereren. Gelukkig kreeg ik iets voorgeschoteld dat na afloop veel subtieler en onderhoudender bleek zonder dat het de zogenaamde charmes van het genre ook maar enigszins verloochende.
Steve Rogers (Chris Evans), een jongeman uit Brooklyn, is vastberaden om zijn land te verdedigen. De Verenigde Staten van Amerika zijn inmiddels ten prooi gevallen aan de monsterlijke klauwen van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl er bloed vloeit aan het front slaagt Steve er maar niet in om toegelaten te worden tot het Amerikaanse leger. Gefrustreerd tracht hij tot vijfmaal toe met frauduleuze papieren de medische keuring te doorstaan in verscheidene Amerikaanse steden, vergeefs. Net wanneer iedereen het bleke schrale ventje met astma de rug toegekeerd lijkt te hebben ziet één man potentieel in hem. Dr. Erksine (Stanley Tucci) kijkt verder dan de frêle figuur die iedereen als het ware op voorhand heeft afgewezen en ontdekt iets dat voor hem veel meer waarde heeft: intelligentie, integriteit, moed, en, last but not least, een goede inborst. De Duitse geleerde rekruteert de jongeling en vraagt hem om mee te werken aan het geheime ‘Project Rebirth’. Uiteindelijk wordt underdog Rogers, na uitvoerig zijn mentale en morele uitmuntendheid bewezen te hebben ondanks zijn fysieke inferioriteit, geselecteerd als eerste proefkonijn voor dit experiment. Dr. Erksine ontwikkelde namelijk een serum dat de capaciteiten van het menselijk lichaam in extreme mate optimaliseert, het maximale fysieke potentieel van de mens bewerkstelligt. Met andere woorden: het serum maakt van gewone soldaten supersoldaten. Van zodra Steve’s metomorfose voltooid is wordt Dr. Erskine vermoord door een agent van ‘Hydra’, het geheime wetenschappelijke onderzoeksdepartement van de Nazi’s onder leiding van Johann Schmidt (Hugo Weaving), welbekend onder de flatterende bijnaam ‘de Rode Schedel’. Dr. Erskine neemt de formule om het serum te produceren mee het graf in. Wat een Amerikaans superleger moest worden draait uit op een onemanshow. Het leger weet zich geen raad met rariteit Rogers, senator Brandt (Michael Brandon) daarentegen ziet meteen zijn potentieel als oorlogspropaganda. Steve wordt in een superheldpakje geperst met de Amerikaanse driekleur om te figureren als ‘Captain America’ in musicals en films. Men zendt hem zelfs naar het front in Italië om daar het moreel van de manschappen op te peppen met een optreden. De doorwinterde Amerikaanse soldaten hebben echter geen oren naar een man in maillot en bekogelen hem met tomaten en scheldtirades. Op dat moment beseft Captain America dat de heldenstatus die hij verworven heeft eigenlijk een loze titel is en zijn oorspronkelijke ambities vertroebeld heeft. Hij besluit het heft in handen te nemen waardoor de strijd tegen de Rode Schedel in alle hevigheid losbarst!
Nee, u leest het goed, een revolutionair plot mag u van regisseur Joe Johnston in deze film niet verwachten. Ditzelfde plot wordt gedurende heel de film gedragen door het hoofdpersonage. De geloofwaardigheid van Rogers verschaft geloofwaardigheid aan het geheel. Zijn nuchtere karakter wordt op zeer subtiele wijze vrij diepgaand uitgewerkt via beeld en dialoog. De kijker leeft met hem mee, van begin tot eind, ziet hem groeien. Even fijngevoelig wordt de wederzijdse genegenheid tussen Rogers en zijn drilmeester Sergeant Peggy Carter (Hayley Atwell) uitgewerkt dankzij de kracht van de suggestie. Het moet trouwens gezegd: Hayley Atwell ziet er beeldig uit met 40s make-up. Het verhaal zelf en de sci-fi elementen zijn bovendien zeer mooi geïncorporeerd in deze episode van de geschiedenis, al moet u natuurlijk wel enigszins van science fiction houden. Andere troeven zijn de special effects en de geraffineerde humor. De metamorfose van Steve Rogers, bijvoorbeeld, is zodanig geslaagd dat men zich na de film afvraagt of acteur Chris Evans nu eigenlijk een teer bloempje is of een krachtpatser. Niet alleen de actieheld werd overigens goed gecast, de acteerprestaties waren globaal gezien, zeker als we het genre in beschouwing nemen, bovengemiddeld. De verheerlijking van Amerika is opvallend genoeg beperkt tot een absoluut minimum, al kan ik me inbeelden dat men in het thuisland enig chauvinistisch traantje wegpinkt.
Eigenlijk komt het erop neer dat dit zeker niet de beste of meest originele film is die u ooit gezien heeft, maar ‘Captain America: The First Avenger’ is zeker een cinemabezoek waard, zélfs als u geen fan bent van het genre. Verwacht geen meesterwerk, een fijne avond daarentegen…






De Dialoog