Posts Tagged ‘bedriegen’

The Clash of the Relatives

De dag begon zoals elke andere dag. Ik was thuis, zoals zo vaak tijdens de weekends, en koesterde het voornemen vandaag terug naar mijn kot te gaan. Normaal neem ik de auto en plaats ik deze op de parking aan het station, waar ik dan vervolgens de trein neem richting Antwerpen. Omdat mijn broertje de laatste tijd echter aan zijn rijvaardigheden aan het werken is, kon ik de auto niet zomaar kidnappen en de sleutels een week gegijzeld houden. Mijn moeder bood me aan om me in de namiddag weg te brengen, dan was het wat rustiger op het werk. Toen de namiddag echter ruimschoots was ingezet, kreeg ik van haar een telefoontje dat het nog te druk was in het restaurant, dat ik best toch maar zelf met de auto kon rijden en de sleutels in de brievenbus van mijn nonkel en tante moest droppen. Zij wonen niet zo ver van het station. Aldus geschiedde, ongeveer…

Ik sloot de deur achter me, wandelde naar mijn trouwe Volkswagen en reed tot aan de poort. Jammer genoeg was ik zo dom om de poort ook achter me te willen sluiten. Net toen ik terug uit mijn wagen stapte om dit te doen kwam mijn vader voorbij gejogd. Enorm teleurgesteld in mijn eigen timing probeerde ik de persoon die ik het minst van iedereen op deze aardkloot wou tegenkomen te mijden. Ik wendde mijn blik af en maakte aanstalten om te vertrekken.

Dat was echter buiten hem gerekend. Hij kwam op me afgestapt en vroeg op semidreigende toon: “Hebt ge mijne mail ni gehad?”

Eerst begreep ik niet wat hij bedoelde, aangezien ik al maanden niets deftigs meer van hem gehoord had.

“Nee, ik heb niks gekregen.”

“Moet ik er nog ene sturen”, zei hij vol ongeloof, “of denkt ge dat da niet meer nodig is?”.

“Ik moet er geen meer hebben nee, dat is niet meer nodig.” In het nauw gedreven stapte ik in mijn vluchtwagen.

“Beseft gij eigenlijk wel waar gij mee bezig zijt?”, klonk zijn stem minachtend.

Welnu, laat ons deze laatste zin eens grondig analyseren, want in mijn hoofd werd deze ontdaan verwerkt en als lachwekkend bestempeld, maar dit is uiteraard bij u, oh onwetende, nog niet het geval. Mijn vader heeft mijn moeder namelijk negen jaar bedrogen met haar beste vriendin. Negen jaar. Negen jaar. Negen jaar. Dringt het door? Mooi zo. Ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij mij is dat alleen al een grondige reden om kwaad te zijn. Het wordt echter nog beter. Mijn ouders hebben, vlak voor alles uitkwam, serieuze bouwplannen ondernomen en vier appartementen in twee symmetrische blokken het leven geschonken. Deze werden gebouwd tegenover het restaurant dat ze bijna twee decennia in hun bezit hebben gehad. Mijn vader vond er niet beter op dan naast zijn ex en zijn kinderen te gaan wonen met de minnares waarmee hij zijn gezin, inderdaad, negen jaar, bedrogen had. Naast als in aangrenzende appartementen. Begrijpt u mijn vernedering? Ik schaam mij nog steeds om het lef van die man hier mee te delen. Persoonlijk vind ik dit ook wel een reden om kwaad te zijn. Voeg daarbij de vele ruzies in het bijzijn van mij en mijn broer, zijn onaflatende egoïstische penopauzeneigingen, zijn drang naar het materiële, zijn leugens, enz., enz., enz., en je krijgt toch wel de drang om die ene persoon te negeren als hij even voorbij komt gejogd. Ik weet dat ik jong ben, dat roekeloze besluiten nemen en rebellie eigen zijn aan mijn leeftijd, maar geloof mij, ik denk na voor ik iets zeg of doe. Ik besefte maar al te goed waar ik mee bezig was, ik wel.

Terwijl bovenstaande redenering mijn synapsen doorraasde sloot ik de autodeur. Het mocht echter niet baten. Hij opende de deur langs de andere kant.

“Die auto bijvoorbeeld”, ging hij dreigend verder, “van wie denkt gij dat die is?”

Ik was enorm teleurgesteld in zijn dreigement, het betrof namelijk het materiële. Dat laatste had hij ons daadwerkelijk altijd geboden. En inderdaad, de auto was deels van hem en deels van mijn moeder, al had enkel mijn moeder er altijd mee gereden en deed ik dat nu, nu mijn beide ouders andere wagens hadden. Dit laatste deed er echter totaal niet toe. Zijn uiting stelde me teleur omdat hij wederom vergat wat ik hem, de laatste maanden dat ik hem sprak, altijd had willen doen inzien: Liefde koop je niet.

“Wilt ge hem terughebben? Ik zal wel te voet gaan dan!”, zei ik, gedegouteerd door zijn materiële bezetenheid.

In de verte zag ik twee gezamenlijke vrienden nietsvermoedend aan komen strompelen.

“En uw grootouders dan”, ging hij verder, “die hebben hier niets mee te maken, en het is nog te veel dat ge hen ne gelukkige verjaardag wenst.”

“Die wisten al veel langer dat gij terug met haar waart!”, contesteerde ik.

Ik besefte echter dat dit niet het argument was dat ik zocht. Ik kwam toen ook niet tot datgene wat ik eigenlijk wou zeggen. De situatie was te verhit en mijn mondelinge ‘redenaarstalent’ kan en kon mijn schriftelijke hoegenaamd niet evenaren. Het was inderdaad zo dat ik hen bewust niet gecontacteerd had, maar ook daar had ik zo mijn motivatie voor. Ik ben grotendeels opgevoed door de grootouders langs de kant van mijn moeder, met enorm veel liefde en genegenheid. Mijn moeders kant heeft altijd warmte als fundament gekend, mijn vaders kant geld en status. De erfenis van mijn grootouders, dat is wat de naasten van mijn vader bindt. Niemand heeft ooit zijn mond durven opendoen uit angst voor het verlies van kostbare euro’s. Ik zag hen ook enkel op de verplichte familieaangelegenheden des levens, zoals communiefeesten en dergelijke. Een telefoontje voor mijn verjaardag, dat vergaten ze inderdaad ook niet. Maar goed, ik begrijp ook ergens dat ze wat verder woonden en dat het nu eenmaal niet simpel is om zulke contacten innig te onderhouden. Wat ik hen echter kwalijk neem, ieder van hen, is dat we, gedurende die twee jaar dat de rest van mijn gezin door de hel ging, niet één bezorgd telefoontje hebben gekregen. Niet één e-mail belandde in mijn Postvak IN. En ja, dat neem ik hen kwalijk, vergeef me. Het spijt me dat ik niet in die mate materieel ingesteld ben, niet meer, het spijt me dat ik weiger hypocriet te zijn voor de centen. Niet met mij, niet meer.

Intussen waren de twee nieuwelingen erbij komen staan. Ze hadden al snel door wat de toon van het gesprek was, met een vader die, zoals steeds wanneer hij zijn argument bepleitte, zijn zinnen riep. Het nieuwe gezelschap was geen geschenk, nu begon mijn vader zijn redevoering tegen hen, steun zoekend. Zulke ruzies waren nooit een dialoog. Mijn vader luistert niet, dat heeft hij nooit gedaan. Hij wil gehoord worden, en wie dat niet respecteert wordt in het andere kamp geplaatst.

“Zie nu Martijn, ik heb al twee keer gevraagd of hij mijn vriend wilt worden op Facebook, en hij heeft al twee keer geweigerd.”

Ook deze wending, te gek voor woorden, had ik niet verwacht. Blijkbaar waren dat de ‘mails’ die hij me gestuurd had. Ik dacht eerst dat er een ellenlange verontschuldiging of poging tot verzoening zoek was geraakt bij mijn ongewenste e-mail , maar nee, in al die maanden was het enige wat ik van hem kon verwachten een verzoek via Facebook. Arme stakker, zijn vriendschapsverzoek genegeerd.

“Ziet ge die blok hier Martijn, ze zeggen altijd maar dat ik dat voor mijzelf heb willen zetten he, maar eigenlijk heb ik da voor mijn gezin gedaan.”

Voor buitenstaanders waren zijn acteerprestaties geloofwaardig, maar niet voor mij, niet meer. Ik herinner mij nog goed het moment dat hij vroeg of we wilden verhuizen, of we het idee van een nieuwe woonst niet spannend vonden, en dat we daarop allemaal nee knikten. Hij dreef zijn wil door, wederom. In dit geval ben ik wel blij dat hij dat gedaan heeft, ik had niet zoveel zin in een minnares in de logeerkamer. Hij heeft die blok zelf gezet, respect. Hij heeft alles gegeven om die woonstencollectie zo snel mogelijk uit de grond te stampen, respect. Hij kende geen grenzen, hij werkte zichzelf depressief, en hij reageerde die gevoelens af op mijn moeder. Ik ben op kot gevlucht.

“Stopt met roepen!”, riep ik woedend.

Mijn linkerbeen trilde, heel mijn lijf rilde. Terwijl ik dit riep schrok ik van mezelf. Ik riep tegen mijn vader. Ik riep tegen hem die ik nooit tegengesproken had, niet één keer in heel mijn geschiedenis. Net voor ik het contact verbrak had ik wel een doorbraak geboekt op dat vlak: zeggen wat ik dacht. Hij kondigde toen namelijk aan dat hij terug iets wou beginnen met zijn minnares en verwachtte dat ik dat maar zou begrijpen. Ik zei hem dat dat weerzien consequenties naar het contact met zijn kinderen toe zou hebben en sloeg de deur dicht. Enkele dagen later was die vrouw al bij hem ingetrokken, slechts enkele dagen later was zij mijn buurvrouw. Het lef. Respectloos.

“Ik heb mijn fout toegegeven, maar die Valiant he, de laatste keer dat die kwam praten heeft die komedie gespeeld! Zie maar naar de foto’s in alle albums die bij mij liggen. Die hebben altijd gevoelens gehad voor elkaar.”

Het is hoogstwaarschijnlijk waar. Valiant en mijn moeder hebben altijd gevoelens voor elkaar gehad. In een heel ver verleden hebben ze daar ook enkele maanden aan toegegeven. Ik ben niet blind voor het feit dat mijn moeder mijn vader bedrogen heeft. Ik begrijp waarom. Ik weet dat mijn vader een moeilijk karakter bezit. Maar natuurlijk blijft het fout. Uiteindelijk konden hun gewetens de situatie niet meer verdragen en hebben ze voor hun gezin gekozen.

“Da kan goed zijn, maar er is een verschil tussen al die jaren gevoelens hebben, of er jaren aan toegeven!”, antwoordde ik.

Ik heb ook gezien dat mijn moeder een tweede maal toegaf aan haar gevoelens voor Valiant, recentelijk. Tijdens het bouwen werkte mijn vader zijn depressieve gevoelens uit op mijn moeder, die net aan het ontsluieren was wat er zich jaren achter haar rug had afgespeeld. Mijn moeder was een gebroken persoon op dat moment, verteerd door verdriet, bezeten paranoia. Valiant heeft eerst de intentie gehad haar te steunen, daar twijfel ik niet aan, maar mijn vader heeft in zijn pad der vernieling een pad geopend voor hun samenzijn. Valiants intenties zijn misschien dan wel veranderd na verloop van tijd, misschien zijn ze er zelfs altijd geweest, maar ik geef hem nu meer dan gelijk, omdat ik zag dat hij mijn moeder wou geven wat ze verdiende. En dat doet hij nog steeds. Valiant heeft ook bij iedere stap die hij nam gekeken naar zijn omgeving, naar zijn eigen vrouw en kinderen, naar ons. Mijn vader daarentegen liet zijn ego weelderig tieren.

“Ik ben de mama altijd graag blijven zien!”, verdedigde hij.

“Daar geloof ik helemaal niks meer van! Gij weet niet wat liefde is! Gij zijt emotioneel gestoord!”, zei ik, wederom schrikkend van de leeuwenkloten die ik hier tentoon stelde, al trilde mijn lijf bijna uit elkaar.

Ik begrijp dat deze laatste zin van mij voor buitenstaanders enorm cru klinkt, maar eigenlijk is het exact die diagnose die ik na al wat er gebeurd is ben beginnen toeschrijven aan mijn vader. Emotioneel gestoord, en dat bedoel ik niet al scheldend. Negen jaar vrouw en kinderen bedriegen. Negen jaar de vrouw waar je samen een restaurant mee runt misleiden met een collega, haar beste vriendin. In het bijzijn van de kinderen ruziën over de bedprestaties van de minnares. Naast de mensen gaan wonen die je jaren bedrogen hebt, mét diezelfde minnares. Ik kan talloze voorbeelden opnoemen. Ik hoef mijzelf ook niet meer te verantwoorden. Ik ben een redelijk persoon die op basis van vaststaande feiten tot een gegronde conclusie is gekomen. Jong mag ik dan wel zijn, en mijn levenservaring relatief beperkt, maar mijn conclusies zijn getrokken op verantwoorde wijze.

“Ik ben een nieuw leven begonnen, snapt da dan!”

“Een nieuw leven? Ge hebt mijn moeder negen jaar bedrogen met haar beste vriendin en ge woont verdomme met die vriendin naast mijn deur in een buurt die helemaal niets meer van u moet hebben, noemt ge dat een nieuw leven beginnen?”

Op dat moment deed iemand mijn autodeur dicht. Ik weet niet wie, maar ik greep mijn kans, zette mijn handrem af en scheerde weg. Ik was emotioneel geklutst. Heel mijn lijf trilde. Al wat ik die dag wou, was studeren, maar nee, ik kreeg een aanvaring met hém.

Rood. Voor het kruispunt wachtte ik, vat vol emotie. En toen, toen verscheen er plots een engel uit het niets. Op haar fiets stak ze het kruispunt over, mijn Briseis, waarop bij mij een positieve ontlading volgde. Was ik blij haar te zien! Toen het groen werd volgde ik haar en reed ik naast haar fiets.

“Helaba schoon kind!”

Ze lachte blij, een beetje geschrokken. Ik parkeerde mijn wagen even verderop, en zij haar fiets. Het begon te gieten. Ik bood haar aan haar naar haar bestemming te brengen, omdat ik het niet kon verdragen dat ze anders zo beregend zou worden. Ik vertelde haar wat er gebeurd was, en zij troostte mij. Haar aanwezigheid alleen al onderhield de waakvlam in mijn hart. Ze had echter een afspraak, dus onze ontmoeting was kort, kort maar troostend.

Mijn moeder was aan het werken. Ik wou haar niet lastigvallen, dat zou haar werk die dag beïnvloed hebben. Ik besloot nog even langs te gaan bij mijn nonkel en tante, maar ik was vergeten dat zij op reis waren. Ik voelde me even alleen, maar de sms’jes van Briseis hielden mij recht. Lichtjes doorweekt kwam ik aan in Antwerpen.

Toen ik mijn pc aanzette zag ik dat mijn voormalig vriendinnetje online was. Ons contact was reeds een tijdje verbroken om god weet welke futiele redenen. We hadden het allebei moeilijk gehad. Ik besloot de adrenalinestroom waar mijn vader de  oorzaak van was een positieve wending te geven en sprak haar aan. We legden onze geschillen bij, Lillipop en ik, wat bij beiden voor opluchting zorgde.

Wat een dag.

Einde herexamens
    No dates present
Pakistan

Willekeurige parel
Poll

Het onderwerp van de volgende blogpost:

Bekijk resultaten

Loading ... Loading ...
Categorieën