Get Adobe Flash player

dansen

Año Nuevo

Daar stonden we dan, dansend op twee stoelen in hangar 29, een 1800-koppig monster. Vlijtig hielden we onze servetten in de lucht en zwaaiden ermee  alsof het een lieve lust was. Ik kan u zeggen, het was een hoogtepunt in mijn schuchtere persoonlijke evolutie. Oh my, ik heb zelfs luidkeels meegezongen nu ik er zo over nadenk. Het kon ons echter allemaal niet deren. De drank vloeide rijkelijk, de vrouwen waren mooi, en het buffet… euhm… het buffet was er. Niet dat ik niet van rauw houd, maar ik beperk mij toch liever tot groenten en fruit wat dat betreft. Met pijn in het hart zagen wij als horecavakrotten aan hoe slechte organisatie in rouw vlees resulteerde. Maar dit alles werd gecompenseerd door het schitterende gezelschap. Er werd gretig gelachen en gevierd, gebulderd en geschaterd. We waren tevens allemaal in vol ornaat, en dat bleek ook nodig. Het was een avond van zien en gezien worden. Er dartelden verschijningen voorbij die de mannen naast hun bord deden prikken, maar ook vogelverschrikkers waarvoor zelfs het meest gunstige esthetische effect dat enkele glazen wijn en bubbels kunnen hebben het onderspit moest delven. Eén groot defilé, één grote keuring. Pas dan valt het eigenlijk op hoe schaars mooi geklede mensen zijn, of was het andersom?

Na het dessert vlogen we ongeremd de dansvloer op tot het moment daar was om een glas bubbels te grijpen en naar buiten te scheren om het vuurwerk aan de Schelde te bewonderen. En ook ditmaal was het wonderlijk. Talrijke voornemens, wensen en zoenen verlieten vloeiend onze lippen terwijl we klonken op het nieuwe jaar. Mijn moeder en haar nieuwe liefde staarden romantisch naar de hemelse fonkelingen, en ik zag dat het goed was. Diep in mijn hart wenste ik haar al het geluk van de wereld toe.

Tot mijn ontstentenis werd ik daarna geconfronteerd met het soort volk dat ons eigenlijk heimelijk omringde. Ik hoorde hoe de champagneglazen in grote getale op de grond of in het water geworpen werden, mezelf doodergerend aan iedere scherf die ik hoorde op de vooravond van het behoud van onze wereld en een mooie toekomst voor het nageslacht. Ik kon het niet laten om uit al mijn macht snauwend “DECADENT” te roepen, het mocht echter niet baten. Daarna probeerde ik nog een “OP KOPENHAGEN!”. Tevergeefs. De gelijkgestemden lachten instemmend, de anderen echter ook. Ik zwoer dat ik de volgende vandaal een douche zou geven met mijn glas, maar ik kon niet weerstaan aan de lokroep van de bubbels. En dan klaagt men over politici, terwijl men zelf geen haar beter is. We hebben niet alleen top down-effecten nodig mensen, kijk eens in de spiegel.

Hoe het ook zij, ik plaatste mijn leeg glas mooi in de daarvoor voorziene bakken en ging, enigszins ontdaan, terug naar binnen. Ik liet mijn verontwaardiging in de koude achter en vervoegde mijn gezelschap op de dansvloer. En of er werd gedanst! Al bij al was het een leuk eenmalig evenement dat ik persoonlijk om twee uur voor bekeken hield, mijn blokperiode indachtig. Naar het schijnt ben ik net op tijd vertrokken aangezien de decandentheden en degoutanteriën pas een uur later de kop opstaken in de vorm van zatte kotsende, naar orgieën en barbariteiten neigende, mensenmenigtes met een povere opvoeding. Gelukkig is mijn beeld van de leuke avond ongeschonden gebleven.

Ontnuchterd door de koude bereikte ik mijn kot. Mijn kotgenoten, waaronder Sirene en Blancefloer, waren ook nog aan het vieren en ik werd vriendelijk uitgenodigd hen nog even te vervoegen. Tot mijn grote vreugde was Zij er. Ik weet het, u kent Haar nog niet, alles op zijn tijd. Ik nam naast Haar plaats in de zetel van mijn overbuurvrouw en Zij bood mij een glaasje aan.

Ze zag er stralend uit. Een serene schoonheid. Ik durfde het Haar echter niet zeggen, zo ben ik. Het moet een schattig tafereel geweest zijn, twee überverlegen mensen die weten dat ze elkaar mogen maar dat (nog) niet durven uiten. Daar zaten we dan, krampachtig, genietend van het feit dat onze billen contact maakten wegens een te kleine sofa. Terwijl ik met Haar praatte snoepte ik heimelijk van Haar mooie snoet en genoot ik van onze aangename onwennigheid. Zij is mijn voornemen voor het nieuwe jaar. Met stille spijt ontving ik Haar zoenend afscheid.

De Dialoog