Get Adobe Flash player

explosie

Dag Dromelingen (deel 4)

Deel 1

Deel 2

Deel 3

In een roes van verwondering glimlachten we naar elkaar. Ons treffen kon niet toevallig zijn. De hele horizon was op ons afgestemd, alle blikken waren op ons gericht. De intentie van de hemel bleek ons samenzijn. Toen pas besefte ik dit ten volle, en zij blijkbaar ook. Een gedeelde gelukzaligheid bracht ons ertoe onze angsten en zorgen achter ons te laten, onszelf op te richten,  en rechtop te staan. Het druiste in tegen alle logica, maar toch deden we het, gewoon omdat het kon. In volle vaart stonden we recht op de rug van onze nobele hemelbestormers en strekten we glimlachend onze armen. Toen we langs elkaar scheerden greep ik haar handen, en zij de mijne. Net op dat moment hoorden we beiden twee oorverdovende knallen achter ons. Het klonk alsof de wereld verging, alsof het einde naderde. We werden van onze paarden gerukt en tolden rond in het hemelruim, onzeker turend in elkaars ogen. Boven onze tollende hoofden zagen we twee gigantische rotsproppen naar de zon razen. Onze paarden raakten uit koers en begonnen eveneens rond te cirkelen. Hun vaart was zo intens dat er een windhoos ontstond. We bevonden ons in het oog. De proppen troffen de zon in volle vaart waarop zo’n hevige explosie volgde dat iedere cel in onze lichamen trilde.

Na de enorme knal was het eerst donker, verblindend donker. De duisternis heerste zodanig dat ze onze harten vulde met angst. Zwevend in zwart vertrouwden onze handen op elkaar. Ik was blij dat ik haar bij me had, dat ik niet alleen was. Ondanks het feit dat we de wind voelden en hoorden tieren, leek het even of de tijd stil bleef staan. Toen ik naar boven keek was de zon weg. Eén van de grootste zekerheden die mijn wereld sinds mensenheugenis had gekend was uiteengereten. Toch zag ik licht in de verte. Het kwam steeds dichter en dichter. Plots was het overal, alom aanwezig. Het regende sterrenstof. Een prachtig gouden neerslag vulde het heelal, omhelsde ons in het duister. Dankzij het nieuwe warme licht zag ik haar stralende glimlach, haar mooie fonkelende ogen, de zonnedeeltjes weerspiegelend. Ik wou dat het moment bleef duren, voor eeuwig, kijkend in haar ziel, badend in sterrenzweem. De tijd liet mijn wens echter koud, want het werd geleidelijk aan opnieuw duister. Al wat ik wou zien werd opnieuw gehuld in schemering.

De Dialoog