Het Vallen van de Bladeren
Ik heb de pretentie om te beweren dat ik de adolescentie van de herfst op een meer unieke manier heb opgemerkt dan u. U hoeft uw wenkbrauwen niet te fronsen, het is de waarheid. Begrijp mij niet verkeerd, ik trek het functioneren van uw zintuigen niet in twijfel. Integendeel, ik zie zelfs dat u leest als een trein. Ik heb de herfst unieker opgemerkt dan u en dan wel vanwege het volgende feit: het vallen van de bladeren. U bent niet verrast? U kent de konttext dan ook niet.
Ik ben één van de gelukkigen die het tijdelijk bezit geniet van een kot met een apart badkamertje. Geen vreemde haren tussen mijn gedouchte tenen, geen tot de verbeelding sprekende geuren die mijn neus verwenst, geen merkwaardig bruingele aangekoekte rondkruipende specimen in mijn pot.
Ik dwaal af.
Vanuit mijn gezellig kotje kijk ik uit over een pleintje met bomen, midden in de stad. Vanuit mijn knus badkamertje kijk ik uit op een boom, midden op het plein. De schuifdeur van mijn badkamertje staat constant open. Ik word meestal niet getergd door claustrofobische demonen, maar die badkamer is gewoon klein. Als de deur niet dicht hoeft, blijft ze open.
Wanneer ik op mijn sanitaire troon zit kijk ik graag uit over mijn in daglicht badend studentenkoninkrijkje. De troonzaal blijft open, dag in dag uit. Ik hoef geen gordijn te sluiten, niets. Ik kan in alle vrijheid en naaktheid op mijn troon gaan zitten. Het is niet dat ik geen gêne heb, het is dat die boom op het plein mijn kot verhult zodat de bewoners van de appartementen aan de overkant ‘geen reet’ kunnen zien. Die boom, in al zijn zomerse weelderigheid, vormt het groene vijgenblad van mijn ko(n)t. Hij verzekert het hoofse zedige beeld dat de buitenwereld, al dan niet terecht, van mij heeft. Geen mens die ziet hoe ik met mijn scepter zwaai.
Op een dag viel er een blad van die boom. En nog één. En nog één. Ik had het niet door. Ik ging zelfverzekerd op mijn troon zitten. Ieder vallend blad nam een beetje van mijn vrijheid met zich mee. Iedere val droeg bij tot mijn nakende naaktheid, tot de dag dat de kroonjuwelen zichtbaar waren.
Welkom, herfst.




De Dialoog