Posts Tagged ‘illiveris’

De Soap Zonder Einde

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over, ook in negatieve zin. De dagen schrijden voort onder een zinderend hemelsblauw. Mijn drama’s ebben weg in zonovergoten vergetelheid. Het isolement dat ik tijdens de stille oorlog die ik recentelijk voerde onderging, werd opgeheven met de thuiskomst van mijn goede vrienden en overburen Siegfried en Roy. Ook zij waren, net als mijn moeder en broer, op reis toen oude wrevel wederom incarneerde in een conflictsituatie, al was het een stille. Nog voor ik hen kon spreken werden zij op de hoogte gesteld van de narigheid die mij te beurt was gevallen. Nog voor ik hen een bezoekje kon brengen werd mijn vaders verkeerde keuze wat vertrouwelingen betreft bevestigd. Van zodra de vakantiegangers één stap terug in hun huis waagden, stond Hubert, tegen wie mijn vader uitvoerig zijn verhaal uiteengezet had, voor hun deur. Met zich bracht hij de laatste nieuwtjes. Zijn waarheid verrijkte de mijne, zijn achterklap voedde mijn vraagtekens tweeërlei, verhelderend en verwarrend.

Het was verhelderend in die zin dat mijn vader helemaal niet aanbelde om de auto te lenen, en verwarrend omdat de echte reden werkelijk mijn studieresultaat bleek te zijn. Zo had Siegfried het toch begrepen. En dat snapte ik niet, allerminst. Ik sta nog steeds sceptisch tegenover die verklaring van zijn intenties, maar ik beschouw ze als een mogelijkheid in een verwoede poging mijn vaderfiguur niet geheel te demoniseren, een angst die ik vaak koester. Ik voel u denken. Op zich is er inderdaad niets mis met een vader die toch enige bezorgdheid aan de dag legt voor de studies van zijn zoon. Geïsoleerd beschouwd is dit een goede poging om de banden terug aan te halen, akkoord. Jammer genoeg is dat nu net het probleem, aangezien de feiten voor mij al lang niet meer losstaand beschouwd kunnen worden. Mijn reacties spruiten voort uit een complex kluwen van pijnlijke herinneringen en ervaringen, en dat was niet anders die laatste keer dat ik de deur voor hem gesloten hield. Begrijpt u mij niet verkeerd, ik ben helemaal niet vies van verzoening, integendeel.

Wat verzoening in de weg stond was een kloof, een zeer diepe gapende kloof. De leemte tussen het moment dat hij tijdens een klinkende ruzie zijn oudste zoon overviel met verwijten en daarbij materiële dreigementen niet schuwde, en het moment dat hij, alsof er nooit iets gebeurd was, kwam aanbellen, laat ons zeggen onder het welbedoelde voorwendsel om mijn studieresultaten te weten te komen. Hij had tussentijds geen brug gebouwd of zelfs trachten te bouwen. Ik had niets meer van hem gehoord, en daardoor viel hij logischerwijs in de gaping die hij zelf gecreëerd had. Ik persoonlijk tracht iets op te rapen telkens ik val, maar dat blijkt een autonoom geleerde les te zijn, geen genetisch ingebouwde wijsheid.

Al waren zijn intenties in het beste geval eerbaar, ondanks zijn falen als bruggenbouwer, zijn vermogen om zich constructief op te stellen bleef en bleek onveranderd onhebbelijk. Dat is geen gis. Waarom zou ik anders het vermoeden gekoesterd hebben dat hij mijn auto kwam lenen terwijl hij eigenlijk voor mijn studieresultaten kwam? Ziet u de kink in de kabel? Inderdaad, mijn vader had de wagen helemaal niet nodig. Het verslag van Hubert wierp een heel nieuw licht op de zaak.

Mijn vader had namelijk aangebeld, wetende dat ik thuis was aangezien ieder raam dat het huis ook maar telde geopend was en iedere overige ziel op reis was, maar bleef voor een gesloten deur staan. Hij belde nogmaals, en nogmaals, en nogmaals. Iedere druk op de knop bracht hem dichter bij het besef dat de deur wellicht niet geopend zou worden, iedere dreun op de bel wakkerde zijn woede aan. Naar het schijnt moet hij razend geweest zijn. Tijdens zijn furieuze opwelling kon hij niets beters verzinnen dan het meenemen, om niet te zeggen plunderen, van de Volkswagen. Hij plaatste het arme vehikel achter zijn eigen poort. Om te voorkomen dat ik de wagen heimelijk zou komen terugroven, aangezien ik de combinatie van zijn poort herinner uit betere tijden, blokkeerde hij deze dan maar met zijn eigen wagen, bij wijze van voorzorg.

Ik was werkelijk verheugd toen ik dit laatste wapenfeit te weten kwam. In samenspel met mijn vader had ik een middel gevonden om de wereldvrede te bewerkstelligen. De wijze les die wij de wereld konden bijbrengen was: Steel in geval van conflict de wagen van de tegenpartij zodat dialoog te allen tijde geschuwd kan worden en wacht op een deus ex machina. Vergeef me mijn sarcasme, ik was uiteraard voor de zoveelste keer in mijn geschiedenis ontdaan. Ik dacht destijds dat hij gewoon kwam vragen of hij de auto even mocht lenen. Weer een illusie armer en een materieel dreigement rijker. Voor zo’n man open ik de deur niet, met of zonder auto.

Na enkele uren scheen ook hij tot dat besef te komen. Als bij wonder werd de auto teruggeplaatst, weliswaar met een pittige boodschap tussen de portieren:

Aangezien ge het vertikt om open te doen, steek mijn sleutel maar in mijn brievenbus, want die heb je blijkbaar niet meer nodig. Ik verwacht op zijn minst uw uitslag, zoniet stopt de sponsoring. Je papa

Zijn ongeduld werd beantwoord met mijn onbewuste koppigheid. In manipulatieve situaties bleek hij geen lang uithoudingsvermogen te bezitten. Hij had dit doorheen de jaren ook niet moeten opbouwen vanwege zijn toenmalige geloofwaardigheid. Ik kan mij zo nog twee sleutelmomenten herinneren waarin het niet ingaan op zijn pogingen tot manipulatie bijdroeg tot mijn huidige afkeer.

Het eerste moment kan ik niet exact meer situeren. Vermoedelijk was dit gedurende de periode dat we nog niet alles wisten, dat mijn vader bleef liegen, dat hij haar bleef zien, dat hij tierde tegen mijn moeder en zichzelf in een slachtofferrol duwde. Ik kwam thuis. Vreemd genoeg stond de voordeur open, gapend in de schemering. Ik zag mijn moeder op de trap zitten in haar nachtkledij, radeloos. Nog nooit had ik zoveel angst in iemands ogen gezien als toen in de hare. Mijn hart brak, voor de zoveelste keer. Ze was magerder dan ooit, getergd door paranoia, ziekgepiekerd. Haar lichaam rilde terwijl ze me met wijdgesperde glazige ogen vertelde dat mijn vader spoorloos verdwenen was, diep in het nachtelijke duister. Ikzelf kon haar angst pas plaatsen toen ze van hem na lange tijd en vele contactpogingen een sms ontving met de boodschap dat hij het goed stelde en dat hij langs de waterkant zat.

Een perfect geënsceneerde zelfmoordpoging, daar leek het zeer sterk op voor we die sms ontvingen. We namen dit voorval serieus. Siegfried en Roy gingen hem midden in de nacht zoeken en vonden hem, starend op de dijken. De psychologische gevolgen voor ons gezin waren rampzalig. Mijn moeder werd mentaal onderuit gehaald. Al had hij misschien toen geenszins de intentie om zich het leven te ontnemen of om het  ook maar te suggereren, in onze ogen was het een zeer denkbaar scenario. Hij had daarvoor namelijk al aangegeven dat hij depressief was en zelfs tegenover zijn kinderen had hij het woord ‘zelfmoord’ in de mond genomen. “Wat moet ik dan doen? Zelfmoord plegen?”  Achteraf had hij de kans de ravage in te schatten, ik betwijfel echter of hij dit daadwerkelijk gedaan heeft.

Er volgde namelijk, niet lang na het eerste voorval, een gelijkaardige situatie. Wederom trof ik mijn moeder wanhopig aan, wederom was hij plots onvindbaar. Ditmaal had hij echter ook zijn gsm achtergelaten. Het medelijden dat ik aanvankelijk nog kon opbrengen voor de situatie van mijn vader sloeg om in woede. Toen besefte ik dat dit niets met zelfmoord te maken had, dit was gewoon een schreeuw om aandacht van een man die het ongeluk dat hij over zichzelf had uitgeroepen niet aankon. Het was een zieke poging tot manipulatie van hij die in zelfmedelijden verdronk, maar verder noch het lef, noch de intentie had zich daadwerkelijk van het leven te beroven. Hij zag er geen graten in te spelen met andermans gevoelens uit zelfzuchtigheid. Ik vond het schandalig dat hij zijn gezin deze emotionele hel liet doorstaan. Mijn moeder wou hem weer gaan zoeken, maar ik overtuigde haar dat niet te doen. Dat was namelijk al wat hij wou, ten koste van ons. Ik dwong mijn moeder te proberen de slaap te vatten. Om haar geruster te stellen sliep ik naast haar. De deur ging op slot uit angst voor een griezelig onvoorspelbare man die het noorden kwijt was. Die nacht brak mijn vader, omdat er niemand hem komen zoeken was. Zielig. Uiteraard wierp deze tweede keer een schaduw over de eerste. In mijn ogen ging het hier om manipulatie van de ergste graad, bewust of onbewust, dat laat ik in het midden.

Een tweede sleutelmoment situeert zich in de periode dat mijn vader en moeder al een tijdje niet meer samenwoonden. Ze waren nu buren geworden, elk in het bezit van een vleugel van de vier appartementen die op aandringen van mijn vader werden gebouwd. Ik ging enkel en alleen nog met mijn vader om uit medelijden en respect, ook al had hij alles aan zichzelf te danken. Het was zeer tegen mijn zin omdat ik totaal geen affiniteit meer had met de man. Ik deed het puur voor hem. Aangezien al wat ik hem subtiel duidelijk probeerde te maken ongehoord bleef bood ik zelf maar een luisterend oor. Uitwendig toonde ik begrip voor wat mij inwendig vaak deed koken. Telkens weer luisterde ik naar zijn meldingen over nieuwe aanwinsten en hun gebreken, telkens weer praatten we over zijn werk. Gelukkig was er iets om over te praten, want verder deelden we geen raakpunten meer. Hij had het gevoel dat ik hem begreep, terwijl ik mezelf zag als een zielige hypocriet die zijn mening niet durfde doordrukken.

Het verbaast me nu dat ik dat toen zelfs nog kon opbrengen. Aan die sporadische bezoeken kwam namelijk zeer plots en abrupt een einde. Op een dag verzocht mijn vader me voor een banaliteit naar hem te komen. Ik had al de hele dag een onbehaaglijk gevoel. Toen ik bij hem was flapte hij plots volgende zin uit zijn ondankbare mond:

Ik heb er eens over nagedacht, en ik denk dat ik terug met An ga beginnen.

Er ontplofte een bom in mij. Ik was razend, furieus. De hel in mij barstte los. Voor het eerst kwam het welpje openlijk in opstand tegen de leeuw. Woedend maar beheerst zei ik:

Dat gaat consequenties hebben naar het contact met uw kinderen toe! Als ge dat doet, zet ik hier gene voet meer binnen!

Mijn vader schrok. Hij koesterde daadwerkelijk de illusie dat ik begrip zou tonen voor het feit dat hij de relatie wou hervatten met de vrouw met wie hij mijn moeder, mezelf en al onze naasten negen jaar bedrogen had. Mijn hypocrisie keerde zich tegen mij. Hij had “meer begrip verwacht” van mij. Na zwaar gebekvecht begon mijn vader te huilen, een rariteit, ongezien. Zélfs toen had ik nog medelijden met hem, maar ik volhardde. Van zodra hij doorhad dat zijn tranen geen effect hadden, hielden ze op met rollen. Krokodillentranen, dat ontbrak er nog aan. “Smeerlap.” Dat was het laatste woord dat mijn hoofd doorkruiste toen ik zo hard als ik kon de deur achter me dichtsloeg, letterlijk en figuurlijk. Die dag besloot ik te breken met mijn vader, een beslissing gebaseerd op enkele jaren miserie. Enkele dagen na het voorval trok An bij hem in. U hoort het goed: enkele dagen. Hij kon zelfs geen week wachten. Dit was voor mij de absolute druppel. De minnares van mijn vader werd plots mijn buurvrouw, een grotere vernedering had ik mezelf niet kunnen wensen.

Voorgaande voorvallen vormen slechts een minuscule kleine greep uit alles wat er gebeurd is. Zelfs nu nog kan ik bijna wekelijks deze zwarte geschiedenis aanvullen, deze soap zonder einde. De laatste aflevering tot hiertoe was diegene waarin ik de deur voor hem gesloten hield. Ik wist echter dat dit nog een staartje zou krijgen.

Na wat een eeuwigheid leek, kwam mijn moeder thuis. Eindelijk, versterking. Tijdens haar reis had ik er niets over gezegd, omdat zij, meer dan wie ook, rust en genot verdiende. Toen ze thuiskwam zag ze alle albums, foto’s en andere spullen liggen die mijn vader had gedropt voor onze deur, omhuld met Volkswagen. Haar oog viel op de boodschap die hij op het papiertje had achtergelaten, het trof haar moederhart diep. Haar blik sprak boekdelen. “Dat zullen we nog wel eens zien.

Oorspronkelijk was ze van plan een kwade telefoon te plegen of een e-mail naar hem te sturen. Uiteindelijk bleek dat echter niet nodig, want nog voor ze dit kon troffen ze elkaar toevallig. Ik zat in mijn kamer toen ik plots geroep hoorde dat zeer vertrouwd klonk. Getier dat mijn hart angstig sneller deed slaan. Het was de stem van mijn vader. Ik volgde verontrust het geluid en hield halt in de living. Het kwam van buiten. Toen pas zag ik mijn moeder op het terras staan. Mijn vader stond een verdieping lager. Ik nam binnen plaats bij het raam, buiten zijn gezichtsveld.

Mijn moeder boorde mijn vader de grond in. Er stond namelijk een vrouw boven hem, letterlijk, die alleen maar sterker uit heel de situatie gekomen was. Zijn tirade deed haar niets meer. Als een feniks, als een veel sterkere persoon, was zij uit de as der miserie herrezen. Ze antwoordde rustig, maar kordaat en krachtig. Alle verwijten die ik verwacht had werden door hem aangewend, en door haar ontkracht.

Hij verweet mij onder andere een gebrek aan respect omdat ik hem de rug had toegekeerd, letterlijk en figuurlijk. Laat respect nu net een kernbegrip van mijn bestaan zijn. Ik heb altijd respect gehad, voor alles en iedereen, binnen de mate van het mogelijke en het wenselijke. Vriend noch vijand zal dat ontkennen. Wat mijn respect als zoon betreft, als hij mij gedurende heel mijn leven twee berispingen heeft moeten geven zal het veel zijn. Ik was gehoorzaam, braaf en dankbaar. Nu echter  toonde ik hem evenveel respect als hij mij de laatste maanden had getoond: geen. Waar haalde hij het lef met zijn minnares naast zijn kinderen te komen wonen? Mijn moeder dwong hem te erkennen dat zijn kinderen altijd voorbeeldig waren geweest, en hij kon niet anders dan dit beamen. Verwijten naar zijn kinderen toe waren niet gepast, er valt hen namelijk niets te verwijten. Hun gedrag  was en is een reactie op maandenlange pijnlijke actie. Niet meer dan normaal lijkt mij. Men oogst wat men zaait.

Wat me opviel was dat hij haar nog steeds “schat” en “sus” noemde. Een siddering ontsproot aan mijn lichaam telkens die woorden vielen. Walgelijk. Het deed mij meer dan haar. Ook het gebruikelijke gefleem ontbrak niet:

Moest ge u bedenken, ge moogt nog altijd terugkomen he.

Het is moeilijk om aan iemand anders te wennen als ge u gewoon zijt he.

Uiteraard lachte mijn moeder die zielige uitingen weg. Uiterst beklagenswaardige woorden waren het, bovendien gedroeg hij zich weer enorm hypocriet. Ik ben benieuwd hoe zijn huidige wederhelft zou reageren moest ze weten wat hij allemaal achter haar rug gezegd heeft en zegt. Ook bij Siegfried was hij z’n beklag gaan doen. An was toch niet wat hij ervan verwacht had, maar het was de best mogelijke optie. Als u mij ooit over vrouwen hoort spreken in termen van opties, geef mij dan alsjeblieft een stevige klap in het gezicht zodat ik weer met beide voeten op de grond dender.

Zijn gesprek met mijn moeder eindigde met het advies dat hij het volledig verkeerd aanpakte. De kinderen bedreigen met het wegnemen van materieel bezit en het stopzetten van de alimentatie zou de kloof enkel groter maken. Ze raadde hem dan ook aan voorzichtig voor de dialoog te opteren. Verbazingwekkend genoeg luisterde hij naar haar woorden en zowel ik als mijn broer ontvingen een sms. In mijn geval:

Sleutel hou je voorlopig maar bij proficiat voor je punten en nog goede moed voor de drie vakken groetjes papa

Ik was aangenaam verrast dat hij mijn moeders raad ter harte nam, al impliceerde dat allerminst een verzoening mijnentwege. Tegendraads doen ligt niet in mijn natuur, dus ik stuurde terug. Ik wou hem echter wel duidelijk maken hoe de zaken stonden:

Bedankt. Ik zal de sleutel bewaren. Ik zal hem wel pas gebruiken als het spook achter de deur verdreven is.

Ik weet het, “spook” is niet vriendelijk. U moet echter weten dat dat het eerste negatieve woord is dat ik openlijk gebruik over die vrouw in een dialoog met hem. In die wetenschap en wetende wat er gebeurd is vind ik het bewuste woord niet misplaatst, integendeel.

Sorry Illiveris maar halloween kan misschien toch ook zijn charmes hebben tijd zal raad brengen

Een schaterlach drong zich op toen ik deze sms las. Erkende hij hier nu werkelijk dat ze een spook is? Ondanks mijn lachbui was het een trieste sms. Die vrouw was de enige steun en toeverlaat die hem nog restte, alle anderen hadden hem terecht de rug toegekeerd. Uitgerekend die vrouw gaat hij dan beledigen.

Zolang het daar Halloween is kan ik u niet het respect geven dat ge vraagt. Ook niet vergeten dat de tijd vliegt.

Wel voor ons beiden”, antwoordde hij.

Ik heb mezelf bij het verstrijken van de tijd niets te verwijten zolang die vernedering naast mij huist. De pionnen zijn opgesteld en er is maar één iemand aan zet…

Na deze laatste sms van me vernam ik niets meer van hem. De tijd verstreek. Toen ik onlangs uit het raam tuurde zag ik dat An in haar bikini onkruid aan het uitdoen was bij haar onderburen. Het was alsof het universum mij wou kwellen door me het blote vlees voor te schotelen dat mijn gezin kapotgemaakt had. Nooit eerder had ik zoveel zin om van de parasol op ons terras een speer te maken. Ze mag de evolutie dankbaar zijn dat andere mensen in de loop der tijden wél morele waarden en ethiek ontwikkeld hebben, anders had ik haar hoofd al lang gespietst. Normaal word ik nooit kwaad, maar haar aanblik roept bij mij zoveel boosheid op dat ik begin te rillen en te proesten, wit van woede.

Tot overmaat van ramp stonden zowel zij als mijn vader buiten toen ik de voordeur even later achter me sloot. Ze praatten over hun voortuin. Buitenkomen was sinds kort geen probleem meer voor mij. Ik had mezelf niets te verwijten en voelde me gesterkt door deze gedachte. Met opgeheven hoofd zette ik mijn koers verder. Hij zag me, gaf geen kick, en zette zijn gesprek verder. Toen zij me zag leek het alsof ze plezier in de situatie schepte. Ze begon nog harder te praten.

In plaats van waardig en sereen mijn lelijke buurvrouw te worden, schepte zij er enig sadistisch genoegen in dat feit te benadrukken door als nieuwe vrouw des huizes zoveel mogelijk streken te verkopen. Dit deed en doet ze wel enkel als hij erbij is. Als ze alleen is schuwt ze het daglicht. Het is overduidelijk dat ze ons vreest. Wacht maar. Nooit eerder heb ik haar mijn gedacht gezegd over haar en over dat wat er gebeurd is. Wacht maar tot de dag dat ik haar alleen tref. De dag dat ik verbaal haar Achillespees weet te vinden. Mijn vader kende namelijk geen grenzen toen hij tegen wie dan ook over zijn miserie vertelde. Bedgeheimen werden bedverhalen. Haar innigste geheim is bijgevolg nu ook dat van ons. Ik hoef maar één vraag te stellen om haar vervolgens smalend de rug toe te keren:

Seg [scheldwoord naar keuze], heel Lier vraagt zich af of ge nu eigenlijk al kunt klaarkomen?!

De Geslotenheid der Deuren

Ik was volledig alleen thuis toen er werd aangebeld. Hij was het. Ik voelde het. Paniek in het hoofd, angst in het hart. Ik zat namelijk in de vuurlinie van mijn belager. Hij kon mij zo doodbliksemen met zijn ogen als hij me in mijn kamer op de eerste verdieping voor de pc zou zien zitten. Ik dook op de grond. Als een volwaardig lid van een speciale militaire eenheid kroop ik door de gang naar de woonkamer. Alle ramen stonden wagenwijd open vanwege de hitte, hij wist dus dat ik aanwezig was. Ik smeekte dat hij mijn reflectie niet zou zien in het glas terwijl ik als een pasgeboren slang over de tegels kronkelde. Er werd nogmaals aangebeld toen ik het hart van het huis sluipend bereikt had. Hoe prangend de situatie ook was, ik had vertrouwen in mijn burcht. Een kleine beek diende als slotgracht, het brugje erover werd door een stevige houten poort verdedigd. Bovendien was het huis tot de tanden toe gewapend met domotica. Met enkele vingervlugheden sloot ik alle gordijnen in de woonkamer zodat de achterkant van het huis een veilige haven werd en activeerde ik de camera die de poort in de gaten hield. Er werd nogmaals aangebeld. Dankzij mijn nieuw stel ogen kreeg ik bevestiging. Hij was het, belager der belagers.

Er werd nogmaals gebeld, en nogmaals, en nogmaals. Ik hoopte zo dat hij weg zou gaan. Echter, telkens wanneer hij mijn hoop ruikt doet hij net het tegenovergestelde van wat ik wens, de sluwe vos, en dat was nu niet anders. Hij ging niet weg, integendeel. Bovendien had hij het perfecte moment uitgekozen: mijn broer was op reis, mijn moeder was op reis. Ik was zielsalleen. Plots hoorde ik een geluid dat mijn oren pijnigde. De cijfercombinatie om de poort te openen werd ingetoetst. Plotsklaps waren de sloot en de poort overwonnen. Mijn hartritme draaide dopinguren. Het is overigens niet verwonderlijk dat hij dit kon, bouwer zijnde van dit huis, van de poort, het was echter verontrustend dat hij het daadwerkelijk deed. Vooral omdat deze zijde van de appartementsconstructie hem niet meer toebehoorde. “Memo voor mezelf: vraag moeder de poortcombinaties te wijzigen, en eventueel elektrocutie via vingerafdrukherkenning in te bouwen.”

Al gauw werd de reden van zijn bezoek duidelijk. Ik hoorde namelijk de motor van mijn nobele ros, een Volkswagen cabrio, hinniken en proesten. Ik vermoedde dat zijn eigen zwarte hengst, een Renault Espace, onbeschikbaar was. Wat wil je met zo’n ruiter als baasje. Mijn blauwe trouwe vervoer werd ontvoerd, en de poort werd opnieuw gesloten. Het is overigens niet verwonderlijk dat hij dit kon, hij had namelijk de reservesleutel. De sleutel van de auto waar meer dan vijftien jaar enkel mijn moeder mee had gereden. De auto die meer dan vijftien jaar op mijn moeders naam had gestaan en waar ik nu dankbaar mee reed. Echter, in een recent verleden had mijn vader de wagen op zijn naam laten overdragen omdat dit gunstiger uitkwam voor de verzekering, aangezien de kinderen er nu ook mee reden. En van die kleine naamsverandering op de eigendomspapieren maakte hij, die deze wagen in het verleden amper aangeraakt had, nu dankbaar gebruik. Hij kwam even claimen wat volgens hem en volgens de papieren zijn eigendom was. Dat hij daarvoor ongevraagd andermans eigendom infiltreerde, was natuurlijk bijzaak. Het doel heiligt de middelen.

Allemaal goed en wel, ik hoopte vooral dat hij hem slechts kwam lenen uit noodzaak om hem daarna terug te brengen. Gelukkig bleek dat ook het geval te zijn. Na deze brute overval had ik alle ramen gesloten, evenals de bijhorende gordijnen. Deze stille oorlog was er één van gordijnen, geruisloosheid en onzichtbaarheid.  Ik was schaduw, ik was schuw, ik was schim. Als een stille avondwind doolde ik door het huiselijke landschap. Het moment, dat ik evenveel gewenst als gevreesd had, brak aan. Er werd aangebeld, inmiddels ettelijke uren later. Ik verschanste me in mijn geblindeerde kamer. Er werd nogmaals aangebeld, en nogmaals, en nogmaals. Ik gaf geen kick. Ik wou die man niet zien, niet meer, niet meer na al wat er gebeurd en gezegd was. Zijn aanwezigheid bracht telkens pijn, traan en trauma. Mijn deuren waren gesloten voor hem nu, letterlijk en figuurlijk.

Gebeten door nieuwsgierigheid bespiedde ik de belager toch heimelijk dankzij een geniepige gordijnspelonk. Ik kon het niet laten, ik wou mijn blauw ros terugzien. De poort ging wederom open. De wagen reed naar binnen. De bestuurder keek exact naar de plek waar ik stond, namelijk mijn kamer, toen hij de auto tot stilstand bracht. Het was alsof hij mijn aanwezigheid voelde. De poort ging terug dicht. Het houten gevaarte had zijn mond nog niet weder gesloten of ik was al aan het peinzen over de consequenties die mijn actie, of eerder mijn lak eraan, teweeg zou brengen.

Wat ik echter niet wist was dat die consequenties zich toen reeds in de buik van ‘mijn’ wagentje bevonden. Ik had op dat moment eerder oog voor de aftocht van de vijand, deze spoedde zich namelijk niet naar zijn huis maar naar enkele overburen. Ik wist direct wie er daar aan de overkant van de straat zou heulen met deze vijand, deze laatste ging namelijk vaak uitvoerig zijn verslag doen bij Hubert in zulke situaties. Deze oude vrek was wel meermaals, uitgerust met marcelleke, korte broek en witte sokken voor zijn gevel te vinden. Hij, toonbeeld der kleingeestige Belgische frustratie, rookt als een Turk en het begrip emancipatie is hem nog steeds vreemd. Ik zag duidelijk hoe mijn belager wederom zijn beklag deed. Aan de intensiteit van zijn armgestes was zijn ergernis af te meten. Alarmfase oranje.

Pas toen de kust veilig was viel mijn oog op de passagierszetel van de Volkswagen, deze herbergde namelijk een mysterieuze plastic zak. Het duurde tot de avondval vooraleer mijn nieuwsgierigheid mijn omzichtigheid verdrong en mijn voeten naar buiten voerde. Inmiddels had mijn bevallige liefje, prinses der burcht, mijn alleen-zijn verdrongen met ons samenzijn. Angstvallig opende ik het portier. De buik van de wagen bleek niet één, maar twee mysterieuze zakken te bevatten. Daarna viel mijn oog op een grote gele vlek in het duister van de wagen. Het was een tennisbal, een reusachtige tennisbal. Ik herkende dit voormalige cadeau meteen, evenals de woorden die ik er destijds in grote letters met een zwarte alcoholstift op had aangebracht.

It doesn’t matter if you lose, you’ll always be a winner for us.” (Mijn huidige grammaticale kennis eist dat ik hier vermeld dat ‘to’ in deze zin beter ‘for’ zou vervangen. Aldaar de muggenzifterij.)

Deze boodschap was oprecht, destijds. Met liefde gegeven ter aanmoediging van hij die zo graag tenniste, al bleek hij achteraf vaak een scheve bal geslagen te hebben. In de huidige context loog die bal, zijn bestaan was een schandelijke leugen. Ik vond het dan ook terecht dat deze bal teruggekaatst werd. Van zodra hij in mijn bezit was heb ik zijn betekenis denkbeeldig ontmanteld en gecorrigeerd.

It doesn’t matter if you win, you’ll always be a loser to us.” Zware woorden voor zware daden.

De zakken bleken albums te bevatten, en een externe harde schijf. Mijn moeder had reeds lang met aandrang gevraagd de albums en negatieven die hij nog in zijn bezit had te kopiëren. Bij deze was dat gebeurd: gedupliceerd, gedigitaliseerd en formeel overhandigd. Albums met beelden die op het eerste gezicht een vlekkeloos verleden leken te bevatten, maar in een recent heden voor eeuwig werden besmeurd.

De albums en de bal vergezelden volgende handgeschreven boodschap op een pietluttig papiertje:

Aangezien ge het vertikt om open te doen, steek mijn sleutel maar in mijn brievenbus, want die heb je blijkbaar niet meer nodig. Ik verwacht op zijn minst uw uitslag, zoniet stopt de sponsoring. Je papa

Wat bovenstaande sleutel betreft, dat is zijn huissleutel, nog steeds in mijn bezit, ongebruikt. De uitslag die hij vermeldt doelt vermoedelijk op mijn recentelijk behaalde studieresultaten. Hoewel ik niet meteen begreep waar die tweede contextloze zin plots vandaan kwam en waarom hij hier werd aangewend miste hij zijn effect niet: agitatie. De tennisbal had hij overduidelijk gebruikt in een poging om in te spelen op mijn gemoed, tevergeefs. Met dit briefje sloeg hij de bal echter raak. Wat was het nut van de studie-uitslag van een zoon die hij niet te zien kreeg, die standvastig zijn contactbreuk volhield en de voordeur weigerde te openen? Was het om na te gaan of hij de juiste investering sponsorde, een investering die voor hem nooit meer zou renderen? Was het een angstvallig vertoon van de tanende macht over zijn kinderen via een materieel dreigement versluierd in emotionele chantage? Ik wist het niet. Wat ik wel wist, is dat ik een oude woede voelde opborrelen, dat ik rotte rancune rook. Het antwoord op mijn vragen zou me spoedig geboden worden vanuit een onverwachte hoek, een eerder op de klippen gelopen investering van hem.

Geagiteerd en peinzend over de vreemde woorden werd ik getroost door mijn immerlieve vriendinnetje. Ik wou de albums aanvankelijk niet bekijken toen ze dit voorstelde. Er raasden vele scenario’s door mijn hoofd die avond, van het doorprikken van de tennisbal met een mes waaraan mijn uitslag was bevestigd tot het kopiëren van relevante artikels uit het Burgerlijk Wetboek betreffende het onderhoudsrecht om deze vervolgens netjes in zijn brievenbus te stoppen en hem zo op zijn plichten te wijzen. Het leuke aan het beschikken over een rijke fantasie is dat elk scenario levensecht werd uitgevoerd in mijn hoofd, vergezeld van een smerige glimlach. Bijgevolg, aangezien ik mijn plannen levensecht had zien uitvoeren, bedaarde ik. Ik besloot niet toe te geven aan de emoties van het eerste uur en advies in te winnen bij mijn wijze getrouwen. Dat laatste gegeven is overigens een groot contrastpunt met de vijand. Hij laat zich namelijk enkel en alleen omringen door mensen die hem naar de mond praten. Ik niet, voor mij is tegenspraak verrijking, voor hem collaboratie.

In zulke gevallen ga ik meestal te rade bij mijn moeder. Zij was echter op reis, en ik vertikte het om haar hoofd vol te pompen met zorgen. Ik nam me voor haar er niet lastig mee te vallen tot ze voldaan teruggekeerd was. Jammer genoeg was het ook al te laat die avond om mijn nonkel of tante te bellen. Daarom liet ik de boodschap bezinken, hopend dat de tijd raad zou brengen en de nacht rust. Piekerend en peinzend verwelkomde ik de donkerste uren van de dag. Ik dacht na over de recente gebeurtenissen waarbij mijn broer emotioneel ingestort was na de onverwachte aanwezigheid van onze gemeenschappelijke belager op zijn proclamatie. Mijn broer werd gedwongen een trauma bloot te geven. Iedereen had de impact van het verleden op hem onderschat. Ik weet nog dat ik toen dacht dat het bij mij allemaal zo erg niet was, dat ik in mindere mate getroffen was. Deze redenering rakelde ik nu opnieuw op, midden in de nacht, en ik heranalyseerde de recente gebeurtenissen.

Is het normaal dat een eenentwintigjarige potente jongeman bij het aanbellen van een welbepaalde man, die hem overigens geen enkel verwijt kan maken, op de grond springt en naar de woonkamer kruipt? Nee, dat is het zeker niet. Uit de context gerukt is deze situatie zelfs ronduit belachelijk. U hoeft mij dat niet te vertellen, ik besef het maar al te goed. Is het normaal dat, wanneer familie en onderburen op reis zijn en je belast bent met het wateren van de bloemen en het verzamelen van de post, je dit extreem vroeg of extreem laat op de dag met de allures van een getrainde ninja of een eersteklas guerrillero verwezenlijkt om de man toch maar niet tegen te komen? Nee, daar verlaten we eveneens grondig de normaliteit. Het weekend was trouwens een hel, dan moest hij namelijk niet werken en kon hij me dus elk moment bespringen als ik me naar buiten begaf. Bovendien moest het karton en het vuilnis, inclusief PMD, buiten gezet worden. Een grootschalige operatie vol voorbereiding drong zich op.

Die nacht kwam ik tot de conclusie dat de oorzaak van dit alles weldegelijk angst was, irrationele angst. Ik gaf het nu koppig toe waar ik het eerst weigerde te geloven. De gevoelens die ik koesterde stemden exact overeen met die van mijn broer. Om toch enige trots te behouden herduidde ik de angst. Het ging niet om angst voor de man zelf, maar om angst voor confrontatie. Ik had al eerder gemerkt dat ik het niet meer aankon, confrontatie tussen mensen. Als ik nog maar een vleugje ruzie ruik weigert mijn hart normaal te functioneren, met hartkloppingen en wijde puppillen als stille getuigen. Als ook maar iets mij herinnert aan zijn geroep van weleer tegen mijn moeder krijg ik het benauwd. Angst voor confrontatie. Ik ben benieuwd hoe lang ik deze conclusie volhoud.

Een andere nachtelijke vraag die me bezighield was of ik de deur had moeten openen voor de belager of niet. De laatste keer dat ik hem zag raakten we beiden verwikkeld in een uiterst negatieve confrontatie waarbij hij onbeschaamd zijn kinderen verwijten begon te maken en zich zoals gewoonlijk in de slachtofferrol duwde. De negen jaar dat hij mijn moeder had bedrogen en het feit dat hij het lef had met zijn minnares naast zijn kinderen te komen wonen werden wederom collectief vergeten door zijn neuronen. Sindsdien had ik hem niet meer gehoord. Wat verwachtte hij? Dat ik nu doodleuk de deur zou openen om de autosleutel te overhandigen en te doen alsof er niets gebeurd was? Over mijn lijk. De gesloten deur was de juiste keuze, het duidelijkste signaal voor ongenodigden.

De ochtend bracht mij een vers gemoed. Ik contacteerde mijn nonkel en tante en lichtte hen in over de situatie. Ik vroeg hen wat ik met zijn eis moest doen, en met de sleutel. Ik deelde ook mijn verontwaardiging mee. Wederom werd er van zijn kant geen enkele poging gedaan om dichter bij zijn kinderen te komen, wederom was er geen enkel vertoon van nederigheid te bespeuren, integendeel, zoals gewoonlijk slingerde hij met materiële dreigementen. Niet dat het verwonderlijk was dat hij dat deed aangezien dit altijd al de gewoonte was geweest in zijn vleugel van de familie. De enige binding die vader en zonen nog restte was de enige die hij ooit echt gekend had, de enige die hij ooit echt van thuis uit meegekregen had: een materiële. Zijn taal was en is nog steeds geld, zijn kant van de familie spreekt in euro’s. Jammer genoeg voor hem is liefde onbetaalbaar. Gelukkig voor ons beseften mijn moeder en grootmoeder dit.

Ik vertelde mijn nonkel en tante ook dat hij er niet voor zou terugdeinzen om op een dag de Volkswagen werkelijk voorgoed te claimen, aangezien hij volgens mij geen emoties ter beschikking had en er meer geld en eigendom dan bloed door zijn aderen stroomde. Al wat voor hem gold was datgene wat op papier stond, zwart-wit, wet, verbintenis. Mijn woorden waren nog niet koud of ze bleken profetiewaardig.

Wie geluk wil oogsten, moet humor zaaien. Op een sappige ludieke manier maakte ik de twee dierbare mensen aan de andere kant van de telefoonlijn duidelijk hoe ik mij elke dag als een hinde door de gevaarlijke open savanne begaf op zoek naar water en… post, tot groot vermaak van mijn tante. Schaterend werd de hoorn ingelegd met het advies geen al te drastische maatregelen te nemen vóór de thuiskomst van mijn moeder.

Dat was ook mijn intentie. Ik besloot even te berusten en te bezinnen. Bezinnen deed ik door even op te zoeken wat mijn rechten en plichten waren in een handboek familierecht in kort bestek, stammend uit mijn rechtenperiode. Nooit was recht zo boeiend als toen.

Hoofdstuk VII. Onderhoudsrecht: Onwaardigheid versus onvrijwilligheid. De eerste passage in dit onderdeel van het hoofdstuk bevestigde mijn algemene kennis over het onderhoudsrecht. Toen ik echter de tweede passage las schrok ik ontdaan en rilde heel mijn lichaam van verontwaardiging. Ik citeer bij deze de bewuste passages uit ‘Familierecht in kort bestek’ van Frederik Swennen:

338. In het onderhoudsrecht bestaan als regel geen gronden van onwaardigheid, waardoor het recht op levensonderhoud zou vervallen. Het onrecht dat een onderhoudsgerechtigde een onderhoudsplichtige zou hebben aangedaan ontzegt hem zijn onderhoudsaanspraak niet.

339. De uitzonderingen bevestigen de regel. Zo wordt uit de plicht tot wederzijds respect tussen ouders en kinderen (art. 371) afgeleid dat een, zelfs minderjarig, kind zijn bijzondere (art. 203) of algemene (art. 205 jo. art. 207) onderhoudsaanspraak kan verliezen als hij onvoldoende respect toont. Dat is bv. zo als hij zijn ouders niet op de hoogte houdt van het studieverloop of plotseling verhuist.

De smeerlap. Dat waren de twee woorden die het eerst mijn hoofd doorkruisten: De smeerlap. Het gaat hier namelijk om gespecialiseerde kennis die enkel verkregen kan worden als men een gespecialiseerde bron raadpleegt zoals een advocaat of het Belgisch Staatsblad, of indien dit in de verbintenis staat die mijn ouders sloten bij de bepaling van het onderhoudsgeld. Waar ik aanvankelijk dacht dat dit een loos argument was, bleek het nu een doordacht en doortrapt juridisch argument te zijn. Waarom? Waarom werd dit aangewend? Waarom was dit nodig? Was dat zijn manier om de slechte band met zijn kinderen te verbeteren? De intentie om de emotionele band te verbeteren kon ik er in ieder geval niet in terugvinden. Tot de dag van vandaag snap ik nog steeds de logica erachter niet. Wat ik wel zeker weet is dat de intentie erachter niets constructiefs in zich draagt. Ik zou zelfs durven zeggen dat dit een buitensporige daad was om mij een hak te zetten vanwege de gesloten deur. Het leek een beetje op het vermoorden van een mug die je gestoken heeft met een bazooka. Waarom dreigen? Waarom wederom dat onzinnige machtsvertoon?

Ik was hoe dan ook voor de zoveelste keer wakker geschud. Ik belde mijn nonkel en tante en bracht hen op de hoogte van mijn ontdekking. Na een kort beraad leek het ons meest aangewezen om hem zo snel mogelijk de resultaten toe te stoppen. Aangezien hij het spel zo strikt en volgens de letter van de wet wou spelen zou ik de sleutel pas in zijn brievenbus gooien bij aanwezigheid van een getuige, bij voorkeur mijn moeder.

Ik kopieerde mijn schoolresultaten en schreef er volgende boodschap op: “Sleutel volgt spoedig.” Bij wijze van formele sneer en om afstand te scheppen plaatste ik mijn handtekening onderaan, zomaar. Ik bond het papier rond zijn externe harde schijf en stak het pakketje in een zakje. Wat volgde was een kleine heimelijke sprint naar de buren en hun brievenbus.

Enige tijd later, na het verrichten der noodzakelijkheden, kregen mijn nonkel en tante volgend sms’je van mij toegestuurd:

Zondag 4 juli. 17:35 Operatie Savannehinde volbracht. De keutel is gedropt. Ik herhaal, de keutel is gedropt. Het hoofdkwartier werd succesvol terug bemand. Over.

Spoedig volgde hun repliek:

Headquarters has received your message! Well done!

We moeten blijven lachen. “De humor is een betrouwbare graadmeter van het echte leven. Waar niet gelachen wordt, wordt niet meer echt geleefd.” – H. Hoving

Ik was ontdaan, werkelijk ontdaan, door het verloop der omstandigheden. Hoe kon het dat ik genen deelde met deze man? Hoe dan ook, als hij van plan was te schermen met wet en recht, zou ik mezelf voorbereiden om terug te schermen. Het is niet zonder risico om op zo’n manier te dreigen tegen een ex-jurist, zelfs als deze zijn opleiding niet afgemaakt heeft. Wat ik aan de rechten heb overgehouden is een zekere basiskennis en connecties.

Wat mij vooral zorgen baarde was de even korte als krachtige inhoud van artikel 371 van het Burgerlijk Wetboek: “Een kind en zijn ouders zijn op elke leeftijd aan elkaar respect verschuldigd.” Respect is een breed begrip. Recht weerspiegelt de samenleving. Wat verstaat men in de huidige samenleving onder respect? Dat was voor mij de hamvraag. Na enig opzoekwerk bleek een gebrek aan respect vooral te schuilen in het beledigen van de bewuste ouder, het plots verhuizen van het kind, het weigeren de studieresultaten mee te delen, het weigeren van contact na verscheidene pogingen van de ouder, enz. Vooral dit laatste baarde mij zorgen. Ging het huidige recht mij verplichten contact te onderhouden met de man die ik niet meer wou zien, de man die ik tevergeefs talloze kansen had geboden? Zo leek het althans aanvankelijk. Ik besloot één van mijn beste vrienden te raadplegen, bijna Master in de Rechten.

In mijn mailbox kreeg ik van hem de meest relevante rechtspraak omtrent artikel 371: ‘Gent 5 april 2007’ en ‘Antwerpen 18 januari 2008’. Ik citeer hierbij het relevante:

  • Zo mag van meerderjarige studerende kinderen verwacht worden dat zij een zekere volwassenheid en relativerend vermogen in zich hebben om in te zien dat wanneer men aanspraak maakt op een onderhoudsgeld, er ook spontaan moet geïnformeerd worden over de studieaangelegenheden.
  • Enkel in het geval dat de onderhoudsgerechtigde weigert contact te onderhouden met de onderhoudsplichtige en weigert deze op de hoogte te stellen over zijn of haar studieaangelegenheden ondanks herhaaldelijk aandringen van de onderhoudsplichtige, wordt er een schending van artikel 371 B.W. aanvaard.
  • De evolutie om uitzonderingen toe te laten op de onderhoudsplicht is een goede zaak, doch moeten deze strikt worden geïnterpreteerd. In die zin heeft het hof in het besproken arrest terecht enige voorzichtigheid aan de dag gelegd. Men moet immers niet alleen rekening houden met de houding van de onderhoudsgerechtigde ten aanzien van de onderhoudsplichtige. Als er sprake is van een slechte relatie tussen deze twee is het ook van belang om te bekijken wat het aandeel is van de onderhoudsplichtige in deze verziekte relatie. Pas als de onderhoudsplichtige voldoende initiatief neemt naar de onderhoudsgerechtigde toe en elke reactie van de onderhoudsgerechtigde uitblijft, zal deze laatste zijn recht op een onderhoudsbijdrage verbeuren.
  • Dat zij echter sedert het begin van hun hogere studies meerderjarig zijn en zelf kunnen beslissen of zij hun moeder al dan niet nog wensen te zien;

Bovendien moet het gaan om “een flagrante schending” van artikel 371, en daar zijn we, lijkt mij, na mijn weigeren om de deur te openen, nog lang niet.

Voor mij is het ongelooflijk dat hij zo reageerde. Ik ben nooit weigerachtig geweest om mijn studieresultaten mee te delen, laat staan dat ik ooit lak aan respect heb gehad. Ik betwijfel trouwens ten zeerste of hij werkelijk geïnteresseerd was in mijn resultaten, volgens mij kwam hij gewoon de auto claimen. Ik kan mij natuurlijk vergissen maar “Ik verwacht op zijn minst uw uitslag,” tout court, zonder “zoniet stopt de sponsoring.” erachter had een heel ander beeld van zijn intenties weerspiegeld. Het heeft niet mogen zijn, wederom moest hij in een angstvallige poging zijn tanende macht laten gelden via een materieel dreigement. Als hij in plaats van vergelding voor die gesloten deur nu eens oorzaken zou zoeken zou hij zien dat al wat zijn kinderen vragen een beetje nederigheid is, excuses, geduld, en begrip. Als hij de situatie nu eens redelijk overschat zou hebben, zijn fouten zou hebben ingezien, niet het slachtoffer zou hebben uitgehangen, het gedrag van zijn kinderen bestudeerd zou hebben en daaruit redelijke conclusies zou hebben getrokken, dan had die deur misschien, heel misschien, nu op een kier gestaan. Helaas.

Categorieën