Posts Tagged ‘kortverhaal’
Danser Encore
Ze belde hem om eens iets te gaan drinken, omdat ze per toeval in de buurt vertoefde. Het was effectief weeral even geleden. Natuurlijk stemde hij in. Terwijl hij de prominente kraag van zijn lange caban rechtop zette haastte hij zich naar de ontmoetingsplaats. Hij murwde zich door gezellige steegjes tot hij het bewuste plein bereikte. Daar zat ze, helemaal alleen op een bank, starend naar de beeltenis van Brabo. Hij reikte haar de hand. Met een glimlach stond ze op. Ze zag er stralend uit. Het overviel hem even. Dit openlijk opmerken vond hij echter ongepast. Met een weerzienszoen op haar wang excuseerde hij zich voor het feit dat zij zo lang onvergezeld had moeten wachten.
Er was altijd al iets tussen hen geweest, heel subtiel. Tenminste, zo voelde hij het aan. Soms weet een mens dat gewoon. Het hoeft niet altijd onduidelijk te zijn. Hij was er echter van overtuigd dat de relatie die zij in gedachten voor ogen hielden mooier was dan ze ooit in realiteit kon zijn. Bovendien was hij er zeker van dat deze gedoemdheid aan hem te wijten was, en allerminst aan haar. Desalniettemin genoten zij van elkaars gezelschap. Hoewel het dit keer anders was. Zij had de studentenwereld voorgoed verlaten. Inmiddels was zij toegetreden tot het echte leven. Dit creëerde afstand tussen hen, voor de eerste keer.
Ze kuierden samen naar een gezellig etablissement. De ober verwees hen naar een klein tafeltje helemaal in de hoek van de zaal, op voorwaarde dat ze niet stout zouden zijn. De typische humor. Hij liet haar even weten dat hij dit toch spijtig vond. Het was hem zélfs niet toegestaan om stout te zijn. Het was alsof de ober hem een waarschuwing gaf, alsof hij wist, zelf man zijnde, wat zijn intenties konden zijn. Echte intenties had hij echter niet, ze hoefde niets te vrezen.
Terwijl ze gezapig de avond vulden met hun gesprekjes stal een meisje aan de tafel daarnaast plots de kaars die wat verder op de hunne stond. Als de vriendin en tafelgenoot van de dief niet plots had opgemerkt dat ze van die kaars af moest blijven, omdat het koppeltje anders misschien geen lang bestaan beschoren was, hadden ze het niet eens gemerkt. Inspelend op de situatie merkte hij op dat zo alle aanwezige romantiek zou uitdoven, dat hij die kaars echt nodig had. Met een glimlach werd alles vergeven en vergeten. Nadat hun warme drankjes volledig opgenipt waren vroegen ze om de rekening. De ober vond dat mevrouw moest betalen omdat manlief al genoeg geleden had. De typische humor. Ze gingen naar buiten.
Hij merkte op dat hij het grappig vond dat waar je ook gaat als heer en dame, je altijd als koppel beschouwd wordt. Zij knikte instemmend. Hij stelde voor haar te vergezellen tot aan haar wagen. De nacht is namelijk niet bijster vrouwvriendelijk. Die avond warrelde er een ijzige wind langs de Scheldekaai. Beiden bevroren zowat terwijl ze hem trotseerden. Tot overmaat van ramp werd het stoplicht ook nog eens rood. Zij zocht een schuilplaats achter zijn gestalte. Hij ging voor haar staan en maakte zich zo breed mogelijk. Hun warme ademhalingssporen die de koude lucht doorpriemden kruisten elkaar teder.
De afstand tussen hen was die avond nog niet zo intiem geweest als op dat moment. Er volgde een aangename onwennigheid. Ze stalen elkaars glimpen en gunden elkaar een wederzijdse glimlach. Het was pas toen dat hij opmerkte hoeveel romantiek de stad uitstraalde, hoe mooi de Schelde er die avond bijlag, gehuld in een parelmoer van straatverlichting en maanreflectie. Het ritselen van de bomen en het gemoedelijk gutsende water droegen bij tot de dromerige sfeer. Plots hoorde hij, als vanuit het niets, de lage tonen van een piano die rustig haar vertrouwde melodie aanving. Hij zette een stapje dichter en greep haar hand. De ritmische tonen wonnen aan kracht. Zijn andere hand legde hij in haar zij. Terwijl zij haar hoofd op zijn schouder liet rusten begonnen ze ingetogen te walsen langs de straten. Al wat ze hoorden was piano, al wat ze voelden was elkaars aanwezigheid, al wat ze verlangden was elkaars genegenheid. En terwijl ze door de pittoreske straten walsten, namen andere koppels deel aan dit initiatief. Ze sloegen de armen in elkaar en allen dansten zij. Voor allen waren de zorgen even de wereld uit. De avond was gehuld in liefde. Het was alsof het hart van de wereld smolt.
Groen! Haar bruuske opmerking deed hem ontwaken uit zijn troebele gedachtedwaling. Meteen nadat hij zich omgedraaid had staken ze de straat over. Even later bereikten zij haar auto. Ze gaven elkaar een afscheidszoen op de wang en wensten elkaar het beste. Zijn eenmalige avondromance zat erop. Zij reed naar haar vriend.
Le Jardin d’Alice
Het was een prachtige lenteavond. De tuin stond in volle bloei. Onder de Japanse kerselaar zat een schattig klein meisje gefascineerd te kijken naar de dansende bloesems. Ze droeg een wit jurkje, getailleerd met roos lint. Haar ballerinaatjes hadden inmiddels het vrije pad gekozen en lagen binnen handbereik in het gras te soezen. De kleine meid koesterde de tuin, schatkist van haar mooiste herinneringen, in haar hartje. Elke avond wachtte ze onder de boom nabij de poel om de zon een afscheidszoen te geven, en de sterretjes, die subtiel door het tanende daglicht slopen, te begroeten. En ook deze avond begon de zon langzaamaan de hemel te schilderen met haar warmste kleuren. In afwachting van haar vertrek verwijderde het meisje ijverig ieder bloesemblaadje dat tussen haar golvende bruine haartjes glipte. Ze hield van de roze regen waarmee de wind haar vergeefs trachtte te sluieren. IJdel als ze was voor haar leeftijd ontknoopte de jongedame vrolijk neuriënd haar satijnen haarlint. Ze streek het netjes glad en genoot dromerig van al dat zachts tussen haar vingertjes. Maar, voor ze het goed besefte, greep de wind het lint en walste ermee tot net voor de poel. Huppelend danste het meisje haar lintje achterna. Met een stevige haal naar de grond claimde ze wat haar haar toebehoorde. Toen ze terug overeind kwam schrok de kleine meid verschrikkelijk.
Wat ze aanvankelijk als haar schaduw in de poel beschouwde, bleek iets heel anders. De reflectie op het water was niet de hare. Een ijzige blik uit het donkere water doorpriemde haar verstijfde lijfje, gevolgd door een vertrouwde glimlach die haar hartje smolt. Zoute traantjes baanden koppig hun weg naar de zoete plas.
‘O-oma?’, aarzelde het meisje. ‘Oma, ben jij dat?’ De schim in het rimpelende water knikte. Een warm zomerbriesje streelde de wangetjes van de kleine meid, en droogde haar traantjes. ‘Oma ik mis je, waar was je al die tijd?’, klonk het stemmetje somber. De traantjes bleven stromen. ‘Mama zei dat je weg was, dat je nooit meer terug zou komen.’ ‘Mama zei dat je de pijn niet…’ Het geritsel van het riet maakte een sussend geluid terwijl de wind huilend zijn vertrouwde wiegeliedje zong tussen de bomen. ‘Mijn lieve kleine meid toch…’, fluisterde de wind zachtjes. ‘Waarom ben je weggegaan oma?’ ‘Ik ben maar heel even weggeweest lieverd. Oma was moe en is even gaan rusten bij haar eigen oma. Ik heb een bezoekje gebracht aan haar huisje in de wolkjes.’ Het mondje van het kindje viel open van verbazing. ‘Heb jij ook een oma?’, vroeg ze met opengesperde ogen. Het koude water kietelde haar kleine teentjes. Speels zette ze een pasje achteruit. Toen ze weer naar de schim keek werd haar blik weer triest. ‘Ik mis je oma… Ik heb je zo lang niet meer gezien. Ik denk aan jou als ik een snoepje neem, als ik mijn sprookjesboek naast bed zie liggen, zelfs als ik naar mama kijk.’ ‘Ik mis jou ook kleintje’, antwoordde de stem vertederd, ‘maar eigenlijk ben ik de hele tijd bij jou.’ Vol ongeloof en verward keek haar kleindochtertje in het water. ‘Ik begrijp het niet oma..’ ‘De wereld valt niet te begrijpen kleintje… Maar het is niet omdat je me niet ziet, dat ik er niet ben. Het is niet omdat je me niet hoort dat ik jou geen raad geef, dat ik jou niets toefluister, dat ik jou niet richt. En het is niet omdat je me niet voelt dat ik jou geen warmte of liefde geef. Zien is meer dan kijken. Luister naar het leven, niet naar je oren. En voel met je hart. Als je dit doet, kleinemijn, zal je begrijpen dat ik jou nooit echt verlaten heb, zal je snappen dat ik jou altijd en overal omhels tot de dag dat we samen mijn oma gaan bezoeken… in haar huisje in de wolken’
Hoewel de kleine meid geen woord begreep van wat de wind haar oortjes toefluisterde voelde ze perfect aan wat haar grootmoeder wilde zeggen. Echter, net als haar moeder, net als vele volwassenen zou ook zij later deze intuïtie verliezen. De oude dame wist dit maar al te goed. Zij begreep als geen ander dat starre rationele geesten, verblind door zorgen en behoeften, slechts door één middel aan het wankelen konden worden gebracht: subtiliteit. ‘Wil je iets voor me doen prinses? Zie je die mooie kleine blauwe bloempjes daar? Zou jij voor mij eens een boeketje willen plukken om aan je mama te geven?’ Het meisje vervulde het verzoekje met een glimlach. Toen ze klaar was hield ze trots de bloemenpracht boven de poel. ‘Schitterend lieverd!’, zei de grootmoeder terwijl een glimlach de triestheid in haar ogen versluierde, ‘Maar… Maar ik vrees dat het tijd is om afscheid te nemen mooie meid van me. Het is zowel voor mij als voor jou al lang bedtijd.’ Er viel een kleine stilte. Het meisje was niet droevig, integendeel, en knikte instemmend. Ze zette, starend naar haar oma, enkele pasjes achteruit. Terwijl ze zijdelings naar de achterdeur van het huis begon te dartelen wierp ze dolgelukkig ontelbare handzoentjes naar haar lieve oma. ‘Ik zie jou ook graag’, waren de laatste klanken die de wind meevoerde terwijl de schim in het donkere water vervaagde.
‘Bedtijd!’, riep een mooie jonge vrouw toen haar dochtertje het huis binnenhinkelde. ‘Wat heb je daar lieverd?’ ‘Voor mij?’ ‘Van wie?’ ‘Van oma’, glimlachte de kleine meid toen ze vrolijk de trap beklom. Verward en verrast door het onverwachte antwoord bleef de vrouw naar de treden staren. In haar hand praalde een boeketje Vergeet-mij-nietjes, op haar gelaat een hemelsbrede glimlach. In haar gedachten…