Posts Tagged ‘kot’

Een bindingsangstige belevenis!

Zijn deur werd opengestuwd als door een gierende wind. Zij stormde binnen, paniek in de ogen.

“Ik kan het ni Illiveris, ik kan het ni. Ik durf ni, ik ben echt bang.”

Hij zuchtte en wikte zijn woorden.

“Zet u erover Blancefloer. Dit is geen tijdelijk probleem, als ge het nu ontwijkt gaat ge er de rest van uw leven last van hebben. Het moment is aangebroken om uw grenzen te verleggen.”

Ze schudde ontkennend haar hysterische hoofd terwijl ze zich tegen de muur plantte en zich naar de grond liet zakken, licht autistische neigingen vertonend.

“Het is al acht uur, ik ben al te laat! Oh nee, oh nee, wat moet ik nu doen?! Die kerel ziet dit echt als een date he, maar echt!”

Hij bewaarde zijn kalmte.

“En gij? Gij toch ook? Beschouw het als een gewoon gesprek. Ge gaat gewoon iets drinken met iemand. Het is geen onomkeerbaar proces he! Ge kunt altijd terug. Gij bepaalt hoever ge wilt gaan. Uiteindelijk kunt ge er ook gewoon een mooie vriendschap aan overhouden, toch? Moet ik meegaan? Ik zal u begeleiden!”

Haar ogen verstarden toen Illiveris aanstalten maakte om zijn schoeisel aan te doen.

“Oh nee nee, niks van! Ik ben hier weg! Sirene! Sirene!”

Met enig sadistisch genoegen zag hij haar naar zijn buurvrouw razen. Hij kleedde zich rustig verder aan en wandelde daarna grijnzend naar Sirene. Hij trof Sirene aan in haar bed, tv-kijkend, en Blancefloer in alle staten.

“Ik durf ni Sirene, ik durf ni! Ik kan da ni! Kan hij ni naar hier komen, he? Kan hij da ni? Hier voel ik mij meer op mijn gemak. Please laat hem naar hier komen. Het is al kwart na!”

Sirene werd even overvallen door het gebeuren en keek Illiveris fronsend aan.

“Wa gaat gij doen Illiveris?”

“Ik ga haar wegbrengen.”

“NEE!”

“Oh, ik ga mee!”

“NEE!”

“Kom, doe uw jas al aan!”

“NEE! ZIE MIJN HAAR NU, ALLEZ! EN DAT IS NE KONTENMAN HE SIRENE, NE KONTENMAN, EN IK BEN EEN BORSTENMENS! DOEME HE!”

“Doe nu eens rustig! Dat is echt ni het enige waar hij op zal vallen hoor… Doe nu uw jas aan!”

“NEE, IK GA NI! IK HEB SCHMINK NODIG! ZIE MIJN HAAR NU!”

Blancefloer liep van de ene spiegel naar de andere.

“Zie nu Sirene, mijn oog is nog keihard ontstoken!”

Illiveris deed het licht in de badkamer uit waardoor Blancefloer haar gereflecteerde beeltenis niet meer kon zien.

“Blancefloer, wij zouden u nooit wegsturen als ge er ni goed uit zou zien! Stop nu met uzelf wijs te maken dat ge het ni kunt en wees een beetje positief. Uw gedrag nu leidt alleen maar tot self-fulfilling prophecies! Gedaan met die excuses, ga uw jas halen! Moeten wij hem bellen en zeggen dat ge wat later zult zijn omdat ge zenuwachtig zijt? Het is best dat ge eerlijk zijt, hij zal daar wel begrip voor hebben! Op zich is het voor hem een compliment dat ge wilt dat het goed gaat, he?”

Sirene bemachtigde de GSM van Blancefloer en belde naar ‘De Man’, also known as ‘BDM’. Ze verontschuldigde zich voor de stiptheid van haar vriendin en bracht hem op de hoogte van de lichtjes verdraaide feiten. De arme stakker, die inmiddels al langer dan een half uur in eenzaamheid vertoefde, toonde zeer veel begrip voor haar situatie, die eigenlijk ook een beetje op de zijne leek.

“Ik heb hem gebeld.”

“WAT? WAT HEBT GE GEZEGD?! ZEG MIJ NU WOORD VOOR WOORD VAN BEGIN TOT EINDE WAT GE GEZEGD HEBT?”

“Gewoon, dat ge zenuwachtig zijt en wat bindingsangst hebt.”

“WAT? Oh nee, oh nee, bindingsangst impliceert dat ik eventueel een relatie zou willen. Help!”

“Je kan ook schrik hebben om jezelf vriendschappelijk te binden”, zei Illiveris in zijn zoveelste poging om haar gerust te stellen, “doe nu uwe jas aan”.

“Ik kan ni naar daar gaan, zeker ni met deze botten, ik ga vallen over de kasseien ginder!”

Sirene zuchtte, “waar hebt ge uw jas verstopt?”

Ze nam de jas uit de kleerkast van Blancefloer, waarop deze wederom vluchtte naar de badkamer.

“Ik zie er zo slecht uit, ik had mijn haar verdomme in ne froufrou moeten laten knippen he! Zie nu hoe groot mijn voorhoofd is!”

Sirene deed zuchtend het licht van de badkamer uit en dwong Blancefloer, bijgestaan door Illiveris, haar jas aan te doen.

“Ik ga ni, allez, ik kan da ni! Ik heb zelfs daarstraks mijn peer laten vallen van miserie!”

Illiveris en Sirene keken elkaar in stilte aan, fronsend, om vervolgens in lachen uit te barsten.

“Waarom lachen jullie nu?”

De peer lag nog steeds op de grond, tijdens haar neerwaartse vlucht had ze een fruitig remspoor nagelaten.

“Allez Blancefloer, nu uw handtas nog en we zijn er.”

“Ma ma ma, wat heb ik allemaal nodig? Ik moet ik moet..”

“Blancefloer… Ge hebt alleen geld nodig en uw gsm. Hoogstwaarschijnlijk hebt ge zelfs ni eens geld nodig.”

Toen Blancefloer klaar was, verliet ze langzaam tegenpruttelend haar kot. Zenuwachtig als ze was kreeg ze haar deur niet direct op slot, met meer zenuwen tot gevolg.

“Ik ga ni, ik kan da ni!”

“Blancefloer, we zullen tot in de helft gaan, en dan kunnen we nog zien wat we doen…”

Aarzelend ging het gezelschap de trap af.

“Ik kan ni lopen met deze schoenen he, ge gaat da zien, ik ga vallen!”

Haar excuses werden genegeerd. Toen brak het glorieuze moment aan dat ze zich buiten bevonden. Buiten werd al beschouwd als een overwinning. Illiveris nam al wandelend de leiding, gevolgd door Sirene. Blancefloer strompelde dan weer zo’n vijf meter achter Sirene. Wat in die wandeling volgde was een niet aflatende stroom van excuses, hypothesen en rampscenario’s die telkens weer gecontesteerd werden door de begeleidende partijen. Blancefloer had speciaal voor de gelegenheid een nieuw stopzinnetje ontwikkeld: ‘Stel u voor dat…’

Spoedig drong de volgende hindernis zich op: ‘De Man’, also known as ‘Blind Date Man’, zat te wachten in een chocoladebar naast de eigenlijke plaats van afspraak, een trendy cocktailbar.

“Kom Blancefloer! We zijn er bijna!”

“Wacht wacht wacht wacht wacht! Zot! Die mag ons wel ni zien he!”

Illiveris zag in de verte een deftige kerel achter het glas van de chocoladebar zitten wachten. Heel de voorgevel van de bar was opgetrokken in glas, lekker doorzichtig. Toen de arme man even de andere kant opkeek waggelde het gezelschap voorbij de ruit, like penguins on steroids. Hij merkte hen niet op.

Er was niet veel tijd om de opluchting te vieren aangezien ze al vijfenveertig minuten te laat was voor haar date. Sirene begeleidde Blancefloer naar een gunstig plekje in de bar terwijl Illiveris buiten bleef wachten. Ontsnappen was onmogelijk. Toen Blancefloer eindelijk neerzat spoedden de begeleiders zich naar de chocoladebar.

“Ik ben Blancefloer niet!”, zei Sirene glimlachend toen ‘BDM’ eindelijk een meisje zag binnenkomen, “ze zit hiernaast op jou te wachten.”

“Het spijt ons als dit een beetje vreemd overkomt”, zei Illiveris, “maar zonder ons had ge hier nog lang gezeten.”

‘De Man’ toonde voor de zoveelste maal sympathie, bedankte hen, en waagde zich aan de eerste ontmoeting. Toen hij de deur van de cocktailbar gespannen achter zich liet, gaven Illiveris en Sirene elkaar een stevige welverdiende high five. Mission accomplished!

Met de deur in huis..

Voor Illiveris, mijn eigen .orgje geboren werd, heb ik heel even een .commetje gehad. Ik snakte echter al gauw naar meer. Bij deze zou ik graag even nostalgisch terugblikken. Wat volgt is het eerste bericht dat toen mijn pen verliet (dit was mijn eerste bericht op deze blog trouwens):

Ik heb de tijd nog niet genomen om een welkomstbericht bij elkaar te schrapen, zoals de beleefdheid dat gebiedt, of de inspiratie verdringt al meteen alles waar blogetiquette voor staat. Ik heb namelijk zonet op schromelijke wijze moeten vaststellen dat een bezoek aan de opticien zich opdringt. Een mooi voorbeeld van de schaamtevolle hints waarmee het leven soms op slinkse wijze je gemoed kan beïnvloeden.

Ik zit op kot. De 2de verdieping, waar ik mijn stulpje heb, biedt uitzicht op een niet nader bepaald pleintje. Ik ben Big Brother, ik ben het kraaiennest, ik ben alziend. Er gaat geen neuspeuteraar aan mij voorbij, geen dorpsgek, dief of mooie dame zonder dat ik het gezien heb. Bij momenten lijk ik wel één of andere bejaarde die zijn dagelijkse bezigheden beperkt heeft tot raamstaren. Ik begrijp hen wel. Wat wil je als de ruimte achter dat raam vier vierkante meter groot is, dan is een duif nu eenmaal gewoon boeiend.

Ik dwaal af.

Sinds kort werpt mijn bril een smet op deze wonderlijke capaciteit mijner. Hij weigert zich aan te passen aan de achteruitgang van mijn zicht, de koppigaard. Bijgevolg wuif ik naar iedereen die de minste sociale geste in de richting van mijn raam lanceert.

En dat was vandaag niet anders… Toch niet vanuit feitelijk standpunt…

Ik hoor gejoel. Ik kijk naar buiten. Wuivende mensen. Ik herken hun contouren niet – zoals men dit vaak wél kan bij eigenaardig gevormde mensen – maar ze geven blijk van herkenning. Ik wuif terug, ondanks de verwarring, natuurlijk wuif ik terug. “Hoe de examens waren?” Goed natuurlijk. Ik ga echt niet de ware feiten over het hele plein roepen, laat staan naar mensen wiens contour ik niet herken. In de helft van mijn protoconversatie hoor ik de bariton van mijn buurman uit het raam naast mij weelderig tieren. Zijn zware stem begroet mijn vreemden.

Aha-effect - bummer - duikt weg op bed – hoort (uit)gelach – schaamte – opticien.

Van uitstel komt afstel, mijn welkomstbericht komt later wel.

Random Pearl
Categorieën