Posts Tagged ‘lust’
Mijn lustige list…
Ik heb gezondigd. Ik ben stout geweest, slinkse duivel die ik ben. Het begon allemaal onschuldig, maar naar goede gewoonte heb ik de neiging de dingen niet zo te laten eindigen. Leest u maar even mee als u wil begrijpen wat ik bedoel:
We bevinden ons op het verjaardagsfeestje van mijn overbuurvrouw, Blancefloer. Overvloedig omringd door hapjes en drankjes wordt er gezellig gebabbeld, geknabbeld en gelachen. De uren worden gevuld met plezierigheden en frivoliteiten. Naarmate de avond vordert blijft enkel de harde kern over, waaronder natuurlijk ikzelf. Stelt u zich eens even een harde kern bestaande uit jongvolwassenen, samengepropt in één kot, voor. Waar zou het gesprek telkens op uitdraaien denkt u? Wie studenten zaait, oogst seks.
Begrijpt u mij niet verkeerd, voor u in termen van orgieën en bacchanalen begint te denken is het misschien raadzaam u mee te delen dat het allemaal vunziger klinkt dan het in werkelijkheid was. De realiteit waarover ik zonet sprak bestond uit kansen, kansen die gegrepen werden. Iedere kans die we kregen om een bepaald woord, een bepaalde zin, of een bepaalde handeling ambigu te begrijpen werd benut, volledig benut. Zoals gewoonlijk was dit een dans waarin de heren leiden, en de dames, ogenschijnlijk tegen hun zin, sensueel volgen. Er hing een erotisch atmosfeertje vanwege de walm aan getinte redevoeringen en pittige woordwisselingen. Het alfamannetje in deze dans was ongetwijfeld mijn overbuurman, Casanova. Hij spreekt maar één taal: seks.
Ik zal u een praktijkvoorbeeld geven om te illustreren wat voor vlees u met deze jonge dekhengst in de kuip heeft. Zo hoor ik bijvoorbeeld wanneer hij een vriendin heeft en wanneer niet, en dan bedoel ik daar niet hun diepgaande gesprekken mee, maar iets anders van diepgaande aard.
Stelt u zich een schemerig kot voor met een Illiveris, een Casanova, een Blancefloer, en een Sirene -mijn buurvrouw – die naar bed gaat wegens een nakend examen. Doordrongen van bronstige bewoordingen plakken de drie overblijvers volgend bericht op haar voordeur om haar succes te wensen:
Keiveel succes, Sirene!
You can do it baby! Go go go
We geloven in u! Doe uw best! Dikke zoen!
Hete kussen van 2B(mijn kot), als ge wilt doet Casanova ook mee!
Tegoedbon: Eén opp(o)epbeurt
Tot zover de achtergrondinformatie die u nodig hebt om mijn zonde te begrijpen. U hoort het goed, het hoofdgerecht moet nog komen. En komen zal het! Mijn deugnieterij dateert namelijk niet van die feestelijke nacht zelf, maar van enkele nachten later.
Ik herinner mij de bewuste dag nog dat Blancefloer instemde medeplichtig te worden. Ik nam een maagdelijk wit vel papier en een rode balpen, en verenigde beiden voor haar neus. Mijn kleutergeschrift zou ons allen verraden, dus ik had haar hulp nodig. Gniffelend noteerde zij wat ik dicteerde:
Ik zou graag deze nacht discreet mijn oppoepbeurt komen claimen. Illiveris, Blancefloer en Bariton (mijn buurman) mogen hier niets van weten. Als je geïnteresseerd bent verwacht ik een berichtje terug.
Sirene xXx
Blancefloer overhandigde de kersverse liefdesverklaring aan mij. Ze giechelde onophoudelijk. Zij kende namelijk de voorgeschiedenis tussen Casanova en Sirene als geen ander. Casanova was in een recent verleden plots wel heel vriendelijk geworden ten opzichte van Sirene, tevergeefs.
Ik nam de brief mee naar mijn kot om hem een laatste beurt te geven. Rond de tekst bracht ik enkele girly versiersels aan: glinsterende bloemetjes (klaar om geplukt te worden). Bovendien parfumeerde ik het schrijven volledig alvorens het in een enveloppe te vouwen. Een rood zegel moest geheimhouding verzekeren.. Als een dief in de nacht glipte ik door de kotgang en schoof ik een walmend perkament onder de deur van Casanova.
Wat gebeurt er als je één van Cupido’s gecensureerde pijlen steelt en deze onder Casanova’s deurspleet mikt? Eén ding weet ik zeker, de nacht zal spoedig een geheim rijker zijn.
Als ik een jager was…
Donderdag. Ochtend. Met reden spring ik uitgerekend vandaag wél uit bed. Een rariteit, dat kan ik u verzekeren. Ik draai de douchekraan open tot mijn naakte lijf de schroeiend hete temperatuur niet meer kan verdragen. Letterlijk ‘klaarstomen’ heet dat. Ik droog mezelf. Handdoek. Haardroger. Intussen openbaart de bedampte spiegel beetje bij beetje mijn gelaat. Met enige finesse worden de stoppels getrimd. Een borstel over de tanden, deodorant onder de oksels, en stokjes in de oren luiden het einde in van dit routineuze reinigingsritueel. De kilte buiten de badkamer wekt me. Ik sprokkel een garderobe bij elkaar die, hopelijk, de ogen streelt. Vervolgens krijgt mijn haar vorm en mijn huid een fijn geurtje. Dat vinden ze fijn. Mijn aanwezigheid mag niet onopgemerkt voorbijgaan. Ik keten mezelf met tikkend titanium en verschaf mijn ogen zicht met een prominente montuur. De accessoires maken de man. Een stoere zwarte caban omhult het geheel, vergezeld van leren handschoenen. In een roes van tijdsgebrek sprokkel ik mijn cursussen bij elkaar in mijn zwarte aktetas en sluit ik de nodige deuren. Klaar. Met beheerste tred spoed ik mij naar de aula.
Mijn intrede – op de valreep – blijft niet onopgemerkt. Ik sleep enkele nieuwsgierige blikken mee naar mijn plaats alvorens te gaan zitten. Enkele neusjes genieten van het bedwelmende parfumspoor dat ik bewust nalaat. Natuurlijk is het geen toeval dat ik me achter hen vestig. Zij zijn de motivatie voor mijn aanwezigheid, mijn eigenlijke Spaanse grammatica en taalbeheersing. Ik heb het over de blondine, links voor mij, en de brunette, rechts voor mij. Heerlijke tweeling mijner ogen.
Het is gevaarlijk, blonde schoonheid, om zulke verleidelijke blikken in mijn blikveld rond te strooien. De ontmoeting van onze ogen, vergezeld van een glimlach, duurt suggestief lang. Jouw sensuele actie, verlangt naar mijn reactie. Ik voel het. Als ik een jager was, zou ik jou ontvoeren naar warme zuiderse oorden, waar de taal passioneel is en het weer onverantwoord zwoel. Na een lange strandwandeling, verlicht door sterrenschijn, zou ik je naar een terrasje leiden dat in alle eenzaamheid lonkt naar de wiegende zee. Tussen dansende kaarsenvlammen zouden wij cocktailnippend onze remmingen laten meevoeren door de zachte wind. Onze brandende verlangens zouden rust vinden in de luwte van de dansvloer, versmeltend, verenigd. Een zuiderse dans zou het perfecte excuus vormen om jou rustig tegen me aan te drukken, om jou onbeschaamd te voelen, body to body. Vervolgens zouden we de zwoele zweem op onze huid, getuige van onze wederzijdse lust, afspoelen tijdens een stomend hete douche. Tevergeefs. Je mooie naakte lichaam wordt door mij naar het bed van onze exotische suite gedragen. Mijn zachte strelingen en zoenen over je lichaam luiden de aanvang van ons liefdesspel in, met enkel de maan als stille getuige.
Het is riskant, beeldschone brunette, om zo vaak over je schouder heen te lonken, onder het mom van notities nemen. Je buurvrouw heeft het antwoord ook, ongetwijfeld. Het feit dat ik, een wildvreemde, mijn schrift omdraai, zodat je mijn Sanskriet beter kan bestuderen, lijkt je niet te deren. Integendeel, je blijft staren terwijl ik verdrink in de onschuldige glans van je ogen. Als ik een jager was, zou ik jou schaken naar winterse oorden waar enkel mijn warmte de kilte in je hart kan smelten. Tussen de dennen zouden wij elkaar treffen, om vervolgens samen naar een verlaten blokhut, gesluierd in een eenzame winterwaas, te glijden. Ik zou jouw tintelende oortjes befluisteren met passionele poëmen, waarop je zou rillen van verrukking, en ik je kippenvel zou wegzoenen. De storm buiten zou ons pittige verleidingsspel binnen symboliseren en ons knus bij elkaar doen kruipen, starend naar de dartelende sneeuwvlokken aan de andere kant van het raam. Ik zou je verwarmen met mijn lichaamsgloed, om vervolgens te besluiten dat de kamer geen winterklederdracht meer behoeft. In alle tederheid zou ik je naakte hals masseren, je schouders, je borsten, je rug, je buik, je onderbuik, … zowel met mijn handen, mijn lippen, als mijn lichaam, tot je tintelt van genot. Ontdaan van je kleren, heerlijk geurend naar massageolie, zou ik je op het donzige tapijt voor het warme immerbrandende haardvuur leggen, en je verzadigen met mijn passie, tot het vuur niet meer het enige is dat vol overgave knettert.
Gelukkig voor jullie ben ik eerder een landbouwer.