Posts Tagged ‘pijn’
The Clash of the Relatives
De dag begon zoals elke andere dag. Ik was thuis, zoals zo vaak tijdens de weekends, en koesterde het voornemen vandaag terug naar mijn kot te gaan. Normaal neem ik de auto en plaats ik deze op de parking aan het station, waar ik dan vervolgens de trein neem richting Antwerpen. Omdat mijn broertje de laatste tijd echter aan zijn rijvaardigheden aan het werken is, kon ik de auto niet zomaar kidnappen en de sleutels een week gegijzeld houden. Mijn moeder bood me aan om me in de namiddag weg te brengen, dan was het wat rustiger op het werk. Toen de namiddag echter ruimschoots was ingezet, kreeg ik van haar een telefoontje dat het nog te druk was in het restaurant, dat ik best toch maar zelf met de auto kon rijden en de sleutels in de brievenbus van mijn nonkel en tante moest droppen. Zij wonen niet zo ver van het station. Aldus geschiedde, ongeveer…
Ik sloot de deur achter me, wandelde naar mijn trouwe Volkswagen en reed tot aan de poort. Jammer genoeg was ik zo dom om de poort ook achter me te willen sluiten. Net toen ik terug uit mijn wagen stapte om dit te doen kwam mijn vader voorbij gejogd. Enorm teleurgesteld in mijn eigen timing probeerde ik de persoon die ik het minst van iedereen op deze aardkloot wou tegenkomen te mijden. Ik wendde mijn blik af en maakte aanstalten om te vertrekken.
Dat was echter buiten hem gerekend. Hij kwam op me afgestapt en vroeg op semidreigende toon: “Hebt ge mijne mail ni gehad?”
Eerst begreep ik niet wat hij bedoelde, aangezien ik al maanden niets deftigs meer van hem gehoord had.
“Nee, ik heb niks gekregen.”
“Moet ik er nog ene sturen”, zei hij vol ongeloof, “of denkt ge dat da niet meer nodig is?”.
“Ik moet er geen meer hebben nee, dat is niet meer nodig.” In het nauw gedreven stapte ik in mijn vluchtwagen.
“Beseft gij eigenlijk wel waar gij mee bezig zijt?”, klonk zijn stem minachtend.
Welnu, laat ons deze laatste zin eens grondig analyseren, want in mijn hoofd werd deze ontdaan verwerkt en als lachwekkend bestempeld, maar dit is uiteraard bij u, oh onwetende, nog niet het geval. Mijn vader heeft mijn moeder namelijk negen jaar bedrogen met haar beste vriendin. Negen jaar. Negen jaar. Negen jaar. Dringt het door? Mooi zo. Ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij mij is dat alleen al een grondige reden om kwaad te zijn. Het wordt echter nog beter. Mijn ouders hebben, vlak voor alles uitkwam, serieuze bouwplannen ondernomen en vier appartementen in twee symmetrische blokken het leven geschonken. Deze werden gebouwd tegenover het restaurant dat ze bijna twee decennia in hun bezit hebben gehad. Mijn vader vond er niet beter op dan naast zijn ex en zijn kinderen te gaan wonen met de minnares waarmee hij zijn gezin, inderdaad, negen jaar, bedrogen had. Naast als in aangrenzende appartementen. Begrijpt u mijn vernedering? Ik schaam mij nog steeds om het lef van die man hier mee te delen. Persoonlijk vind ik dit ook wel een reden om kwaad te zijn. Voeg daarbij de vele ruzies in het bijzijn van mij en mijn broer, zijn onaflatende egoïstische penopauzeneigingen, zijn drang naar het materiële, zijn leugens, enz., enz., enz., en je krijgt toch wel de drang om die ene persoon te negeren als hij even voorbij komt gejogd. Ik weet dat ik jong ben, dat roekeloze besluiten nemen en rebellie eigen zijn aan mijn leeftijd, maar geloof mij, ik denk na voor ik iets zeg of doe. Ik besefte maar al te goed waar ik mee bezig was, ik wel.
Terwijl bovenstaande redenering mijn synapsen doorraasde sloot ik de autodeur. Het mocht echter niet baten. Hij opende de deur langs de andere kant.
“Die auto bijvoorbeeld”, ging hij dreigend verder, “van wie denkt gij dat die is?”
Ik was enorm teleurgesteld in zijn dreigement, het betrof namelijk het materiële. Dat laatste had hij ons daadwerkelijk altijd geboden. En inderdaad, de auto was deels van hem en deels van mijn moeder, al had enkel mijn moeder er altijd mee gereden en deed ik dat nu, nu mijn beide ouders andere wagens hadden. Dit laatste deed er echter totaal niet toe. Zijn uiting stelde me teleur omdat hij wederom vergat wat ik hem, de laatste maanden dat ik hem sprak, altijd had willen doen inzien: Liefde koop je niet.
“Wilt ge hem terughebben? Ik zal wel te voet gaan dan!”, zei ik, gedegouteerd door zijn materiële bezetenheid.
In de verte zag ik twee gezamenlijke vrienden nietsvermoedend aan komen strompelen.
“En uw grootouders dan”, ging hij verder, “die hebben hier niets mee te maken, en het is nog te veel dat ge hen ne gelukkige verjaardag wenst.”
“Die wisten al veel langer dat gij terug met haar waart!”, contesteerde ik.
Ik besefte echter dat dit niet het argument was dat ik zocht. Ik kwam toen ook niet tot datgene wat ik eigenlijk wou zeggen. De situatie was te verhit en mijn mondelinge ‘redenaarstalent’ kan en kon mijn schriftelijke hoegenaamd niet evenaren. Het was inderdaad zo dat ik hen bewust niet gecontacteerd had, maar ook daar had ik zo mijn motivatie voor. Ik ben grotendeels opgevoed door de grootouders langs de kant van mijn moeder, met enorm veel liefde en genegenheid. Mijn moeders kant heeft altijd warmte als fundament gekend, mijn vaders kant geld en status. De erfenis van mijn grootouders, dat is wat de naasten van mijn vader bindt. Niemand heeft ooit zijn mond durven opendoen uit angst voor het verlies van kostbare euro’s. Ik zag hen ook enkel op de verplichte familieaangelegenheden des levens, zoals communiefeesten en dergelijke. Een telefoontje voor mijn verjaardag, dat vergaten ze inderdaad ook niet. Maar goed, ik begrijp ook ergens dat ze wat verder woonden en dat het nu eenmaal niet simpel is om zulke contacten innig te onderhouden. Wat ik hen echter kwalijk neem, ieder van hen, is dat we, gedurende die twee jaar dat de rest van mijn gezin door de hel ging, niet één bezorgd telefoontje hebben gekregen. Niet één e-mail belandde in mijn Postvak IN. En ja, dat neem ik hen kwalijk, vergeef me. Het spijt me dat ik niet in die mate materieel ingesteld ben, niet meer, het spijt me dat ik weiger hypocriet te zijn voor de centen. Niet met mij, niet meer.
Intussen waren de twee nieuwelingen erbij komen staan. Ze hadden al snel door wat de toon van het gesprek was, met een vader die, zoals steeds wanneer hij zijn argument bepleitte, zijn zinnen riep. Het nieuwe gezelschap was geen geschenk, nu begon mijn vader zijn redevoering tegen hen, steun zoekend. Zulke ruzies waren nooit een dialoog. Mijn vader luistert niet, dat heeft hij nooit gedaan. Hij wil gehoord worden, en wie dat niet respecteert wordt in het andere kamp geplaatst.
“Zie nu Martijn, ik heb al twee keer gevraagd of hij mijn vriend wilt worden op Facebook, en hij heeft al twee keer geweigerd.”
Ook deze wending, te gek voor woorden, had ik niet verwacht. Blijkbaar waren dat de ‘mails’ die hij me gestuurd had. Ik dacht eerst dat er een ellenlange verontschuldiging of poging tot verzoening zoek was geraakt bij mijn ongewenste e-mail , maar nee, in al die maanden was het enige wat ik van hem kon verwachten een verzoek via Facebook. Arme stakker, zijn vriendschapsverzoek genegeerd.
“Ziet ge die blok hier Martijn, ze zeggen altijd maar dat ik dat voor mijzelf heb willen zetten he, maar eigenlijk heb ik da voor mijn gezin gedaan.”
Voor buitenstaanders waren zijn acteerprestaties geloofwaardig, maar niet voor mij, niet meer. Ik herinner mij nog goed het moment dat hij vroeg of we wilden verhuizen, of we het idee van een nieuwe woonst niet spannend vonden, en dat we daarop allemaal nee knikten. Hij dreef zijn wil door, wederom. In dit geval ben ik wel blij dat hij dat gedaan heeft, ik had niet zoveel zin in een minnares in de logeerkamer. Hij heeft die blok zelf gezet, respect. Hij heeft alles gegeven om die woonstencollectie zo snel mogelijk uit de grond te stampen, respect. Hij kende geen grenzen, hij werkte zichzelf depressief, en hij reageerde die gevoelens af op mijn moeder. Ik ben op kot gevlucht.
“Stopt met roepen!”, riep ik woedend.
Mijn linkerbeen trilde, heel mijn lijf rilde. Terwijl ik dit riep schrok ik van mezelf. Ik riep tegen mijn vader. Ik riep tegen hem die ik nooit tegengesproken had, niet één keer in heel mijn geschiedenis. Net voor ik het contact verbrak had ik wel een doorbraak geboekt op dat vlak: zeggen wat ik dacht. Hij kondigde toen namelijk aan dat hij terug iets wou beginnen met zijn minnares en verwachtte dat ik dat maar zou begrijpen. Ik zei hem dat dat weerzien consequenties naar het contact met zijn kinderen toe zou hebben en sloeg de deur dicht. Enkele dagen later was die vrouw al bij hem ingetrokken, slechts enkele dagen later was zij mijn buurvrouw. Het lef. Respectloos.
“Ik heb mijn fout toegegeven, maar die Valiant he, de laatste keer dat die kwam praten heeft die komedie gespeeld! Zie maar naar de foto’s in alle albums die bij mij liggen. Die hebben altijd gevoelens gehad voor elkaar.”
Het is hoogstwaarschijnlijk waar. Valiant en mijn moeder hebben altijd gevoelens voor elkaar gehad. In een heel ver verleden hebben ze daar ook enkele maanden aan toegegeven. Ik ben niet blind voor het feit dat mijn moeder mijn vader bedrogen heeft. Ik begrijp waarom. Ik weet dat mijn vader een moeilijk karakter bezit. Maar natuurlijk blijft het fout. Uiteindelijk konden hun gewetens de situatie niet meer verdragen en hebben ze voor hun gezin gekozen.
“Da kan goed zijn, maar er is een verschil tussen al die jaren gevoelens hebben, of er jaren aan toegeven!”, antwoordde ik.
Ik heb ook gezien dat mijn moeder een tweede maal toegaf aan haar gevoelens voor Valiant, recentelijk. Tijdens het bouwen werkte mijn vader zijn depressieve gevoelens uit op mijn moeder, die net aan het ontsluieren was wat er zich jaren achter haar rug had afgespeeld. Mijn moeder was een gebroken persoon op dat moment, verteerd door verdriet, bezeten paranoia. Valiant heeft eerst de intentie gehad haar te steunen, daar twijfel ik niet aan, maar mijn vader heeft in zijn pad der vernieling een pad geopend voor hun samenzijn. Valiants intenties zijn misschien dan wel veranderd na verloop van tijd, misschien zijn ze er zelfs altijd geweest, maar ik geef hem nu meer dan gelijk, omdat ik zag dat hij mijn moeder wou geven wat ze verdiende. En dat doet hij nog steeds. Valiant heeft ook bij iedere stap die hij nam gekeken naar zijn omgeving, naar zijn eigen vrouw en kinderen, naar ons. Mijn vader daarentegen liet zijn ego weelderig tieren.
“Ik ben de mama altijd graag blijven zien!”, verdedigde hij.
“Daar geloof ik helemaal niks meer van! Gij weet niet wat liefde is! Gij zijt emotioneel gestoord!”, zei ik, wederom schrikkend van de leeuwenkloten die ik hier tentoon stelde, al trilde mijn lijf bijna uit elkaar.
Ik begrijp dat deze laatste zin van mij voor buitenstaanders enorm cru klinkt, maar eigenlijk is het exact die diagnose die ik na al wat er gebeurd is ben beginnen toeschrijven aan mijn vader. Emotioneel gestoord, en dat bedoel ik niet al scheldend. Negen jaar vrouw en kinderen bedriegen. Negen jaar de vrouw waar je samen een restaurant mee runt misleiden met een collega, haar beste vriendin. In het bijzijn van de kinderen ruziën over de bedprestaties van de minnares. Naast de mensen gaan wonen die je jaren bedrogen hebt, mét diezelfde minnares. Ik kan talloze voorbeelden opnoemen. Ik hoef mijzelf ook niet meer te verantwoorden. Ik ben een redelijk persoon die op basis van vaststaande feiten tot een gegronde conclusie is gekomen. Jong mag ik dan wel zijn, en mijn levenservaring relatief beperkt, maar mijn conclusies zijn getrokken op verantwoorde wijze.
“Ik ben een nieuw leven begonnen, snapt da dan!”
“Een nieuw leven? Ge hebt mijn moeder negen jaar bedrogen met haar beste vriendin en ge woont verdomme met die vriendin naast mijn deur in een buurt die helemaal niets meer van u moet hebben, noemt ge dat een nieuw leven beginnen?”
Op dat moment deed iemand mijn autodeur dicht. Ik weet niet wie, maar ik greep mijn kans, zette mijn handrem af en scheerde weg. Ik was emotioneel geklutst. Heel mijn lijf trilde. Al wat ik die dag wou, was studeren, maar nee, ik kreeg een aanvaring met hém.
Rood. Voor het kruispunt wachtte ik, vat vol emotie. En toen, toen verscheen er plots een engel uit het niets. Op haar fiets stak ze het kruispunt over, mijn Briseis, waarop bij mij een positieve ontlading volgde. Was ik blij haar te zien! Toen het groen werd volgde ik haar en reed ik naast haar fiets.
“Helaba schoon kind!”
Ze lachte blij, een beetje geschrokken. Ik parkeerde mijn wagen even verderop, en zij haar fiets. Het begon te gieten. Ik bood haar aan haar naar haar bestemming te brengen, omdat ik het niet kon verdragen dat ze anders zo beregend zou worden. Ik vertelde haar wat er gebeurd was, en zij troostte mij. Haar aanwezigheid alleen al onderhield de waakvlam in mijn hart. Ze had echter een afspraak, dus onze ontmoeting was kort, kort maar troostend.
Mijn moeder was aan het werken. Ik wou haar niet lastigvallen, dat zou haar werk die dag beïnvloed hebben. Ik besloot nog even langs te gaan bij mijn nonkel en tante, maar ik was vergeten dat zij op reis waren. Ik voelde me even alleen, maar de sms’jes van Briseis hielden mij recht. Lichtjes doorweekt kwam ik aan in Antwerpen.
Toen ik mijn pc aanzette zag ik dat mijn voormalig vriendinnetje online was. Ons contact was reeds een tijdje verbroken om god weet welke futiele redenen. We hadden het allebei moeilijk gehad. Ik besloot de adrenalinestroom waar mijn vader de oorzaak van was een positieve wending te geven en sprak haar aan. We legden onze geschillen bij, Lillipop en ik, wat bij beiden voor opluchting zorgde.
Wat een dag.
Ik heb een tijdje geleden iemand leren kennen
Ik heb een tijdje geleden iemand leren kennen.
Mijn hart stond even stil, net niet lang genoeg om te sterven, al deed ik dat wel een beetje. Na deze bijna-doodervaring was enkel een versneld hartritme de stille getuige van mijn schrikken. Ik had de toekomst zo voorzien. Het zat eraan te komen, toch werd ik plots bij de keel gegrepen.
Ik had de stap nochtans zelf genomen. Ik had de relatie beëindigd. Het is tragisch wanneer twee mensen op bepaalde vlakken voor elkaar geboren zijn, maar dit geluk aangevreten wordt door onverzoenbaarheden. Mijn hart was gelukkig bij haar, en toch ook weer niet. In tweestrijd kan een mens jammer genoeg niet leven. Terwijl de ene helft van mijn hart een beslissing nam, leed de andere helft pijn. Mijn lijden is echter niet te vergelijken met dat van haar. Ik heb haar hart gedwongen om door te gaan met het leven, heel haar hart. Van een beul gesproken.
Het spijt me, prinsesje. Het spijt me poppemie, lillipop, popje, pop, puplet, pupletti, pupletbaby. Het spijt me kleine meid, kleintje, kleinemijn. Echt waar lieverd. Maar we moeten door, denk ik. Laat ons hopen dat ik het bij het rechte eind heb.
Triest is het, hoe koppeltjes elkaar lange tijd liefdevol verzadigen, hoe ze samen de mooiste herinneringen van hun leven vergaren, om ze vervolgens op te bergen in een pakje met een negatief strikje rond. En telkens ze dit pakje zien, zien ze eerst dat negatieve strikje, wat hen ervan weerhoudt die mooie herinneringen even terug op te rakelen. In mijn geval is de ontknoping van het strikje eerder een trieste gebeurtenis, niet noodzakelijk negatief. Ik zou dan ook graag enkele herinneringen in mijn doosje aan jullie laten zien.
Zo is 6 september 2007 voor altijd in mijn geheugen gegrift. Vóór die dag had ik absoluut geen ervaring met het vrouwelijke geslacht. Ik was altijd al relatief mollig geweest. Ondanks het feit dat hier uiterlijk niets meer van te merken was toen ik de middelbare school verliet, kampte ik met een ontembare on(zelf)zekerheid en verlegenheid. En als ik zeg geen ervaring met meisjes, dan bedoel ik ook werkelijk géén ervaring. Ik had nog nooit met een meisje gedanst, laat staan geknuffeld. Inderdaad, het is tragisch hoe belemmerend een slecht zelfbeeld kan werken. Ik had dan ook een panische angst om de eerste stap te zetten, om te falen, om voor paal te staan. Een meisje aanspreken kon ik niet (blijkbaar veranderen sommige dingen niet). Bijgevolg is het niet verwonderlijk dat ik Lillipop leerde kennen via internet. Aangezien ik een zware 2de zittijd voor de boeg had, bleef het eerst bij chatten. Het klikte. Eind augustus vond de eerste date in mijn leven plaats. Het klikte. Het klikte goed, zo goed dat er ook een 2de date kwam, bij haar op kot. Zij wist van mijn gebrek aan expertise. Ze vond het wel schattig. We besloten even een dvd’tje te bekijken op haar bed. Onwennig zaten we naast elkaar, turend naar de beeldbuis. Vervolgens schraapte ik alle dapperheid die ik ooit in mijn lijf wist te vergaren bij elkaar en liet ik angstvallig mijn arm op haar schouder rusten. Dit vergde enorm veel van me. Ik geef toe dat het even zielig is als het klinkt, maar voor mij was dit werkelijk een wereldschokkende stap. Uiteindelijk belandden we, liggend naast elkaar, op bed, turend in elkaars ogen, glimlachend. Zij vond het leuk om mijn grenzen af te tasten, letterlijk en figuurlijk. Ze streelde mij op plekjes waar ik nog nooit geliefkoosd was (binnen de mate van het zedige natuurlijk, meer had ik op dat ogenblik nog niet aangekund), genietend van mijn onwennigheid. Ze kwam steeds dichter en dichter, tot onze ogen geen schuilplaats meer konden vinden. Zij was erg rustig, in al haar schoonheid, en suste mij. Ze gebood me niets te doen, en mijn ogen te sluiten. Heel langzaam begon ze mijn gezicht te zoenen, overal, zoals enkel zij dat kon. Ze zoende mijn voorhoofd, mijn wangen, mijn kin. Uiteindelijk belandde ze bij mijn lippen. Zwoel zoende ze mijn lippen, zonder dat ik iets terugdeed. Verstijfd genoot ik hoe ze mijn hart smolt met haar zoekende aftastende lippen op de mijne. Na een tijdje negeerde ik, gerustgesteld, haar gebod en zocht ik zelf de tederheid van haar lippen op. Heerlijk zoenend en tastend genoten we van elkaar. En zo geschiedde mijn eerste kus, op een mooiere en meer romantische manier dan ik me ooit had kunnen inbeelden.
Het verjaardagsfeest van Dries Van Noten was er ook eentje om te blijven herinneren. Dankzij ‘connecties’ in de modewereld mocht ik enkele vrienden meenemen naar de vijftigste verjaardag van meneer Van Noten. Eerst moesten we de gasten ontvangen en de gastenlijst beheren, vervolgens mochten we zelf mee feesten. En zo geschiedde. Volledig in het zwart gekleed ontvingen we toch wel wat bijzondere gasten. Enigszins overbodig keken we bijvoorbeeld na of Walter Van Beirendonck en Dirk Bikkembergs wel op de lijst stonden. Het was werkelijk een bekoorlijk schouwspel om een select specimen van de modewereld op de Antwerpse kaai, die voorzien was van edele zwarte stoelen, cocktails naar keuze te zien nippen terwijl de zon afscheid nam van een stralende hemel.
Toen ons werk erop zat en we hier belachelijk rijkelijk voor beloond werden met euro’s gingen we onszelf omkleden. Nadat we onze eigen cocktails soldaat hadden gemaakt betraden we een hangaar. Tenminste, aan de buitenkant leek het een hangaar, aan de binnenkant eerder een rijkelijk versierd paleis. De gigantische zaal was verfraaid met prachtige sfeervolle verlichting, die tot net boven de tafels reikte. Tussen de mannequins zochten we het buffet. Ik krijg water in mijn mond als ik hieraan terugdenk. Niet iedereen krijgt de kans om ooit in zijn leven overheerlijke pasta met witte, u leest het goed witte, truffels te eten. We deden ons werkelijk tegoed aan keizerlijke spijzen. Om nog maar te zwijgen van de abundante meesterlijke wijnen. Verzadigd verterend hoorden we plots een alomgekende melodie. Terwijl heel de zaal happy birthday uit volle borst meezong werden er enkele gigantische taarten binnengedragen. Moeders aller trouwtaarten waren het. Nadat Peter Van Den Begin de jarige lovend had toegesproken vervolgden de leden van El Tattoo Del Tigre hun zuiders muziekschouwspel op het podium. De mamboklanken wisten menig mannequin te overtuigen om een ontwerper of iets dergelijks in de nabijheid te zoeken en deze mee naar de dansvloer te sleuren. Ambiance³. De swingende liedjes lieten ook mijn gezelschap niet onberoerd. Later die avond nam een dj het muzikale roer over. Tot onze verbazing was de verlichting boven de tafels afgesteld op het ritme van de muziek. We waren overweldigd. Plotseling viel er een stilte in de zaal. Er begon een erg rustig romantisch liedje te spelen terwijl er een reusachtige discobal, vergezeld van spotlicht, neerdaalde boven de dansvloer. Mijn beste maat greep dadelijk zijn vriendin beet en beiden begonnen innig te slowen. Ik was op dat eigenste ogenblik het moment aan het vereeuwigen met mijn camera, maar even later kon ook ikzelf de enorm uitnodigende sfeer niet weerstaan en nam ik Lillipop bij me. Het was een avond om nooit te vergeten. A once-in-a-lifetime experience. Dankjewel Dries. Dankjewel Lillipop.
Voor mijn volgende mooie herinnering reizen we even in het verleden, naar een onbewoond eilandje behorend tot Indonesië. No kidding. Volledig onbewoond. Indonesië was het eerste land dat ik bezocht zonder familie of vrienden. Mijn metgezellen waren stuk voor stuk wereldse jongelui die net dezelfde beslissing genomen hadden als ik, namelijk om een reis bij reisgezelschap Joker te boeken: De befaamde Go-26 formule. Na vele omzwervingen, Odysseus waardig, was onze volgende uitdaging een heus onbewoond eiland. Onze Belgische gids regelde vervoer en in de brandende zon schuimden we de zee af. De boot hield halt vlak voor we ondiepe wateren bereikten, koninkrijk der mangroven. We werden verwelkomd door een woest landschap toen we het eigenlijke eiland bereikten. Het avontuur was begonnen. We trotseerden de jungle gedurende lange tijd, op zoek naar een geschikte plaats om ons kamp op te zetten. Bezweet kwamen we aan op een prachtige plek. Het eiland herbergde namelijk een soort van grote poel, ingesloten door rotsformaties. Via een groot gat in de natuurlijke rotsomwalling vulde de vloed het bassin iedere dag bij. Ons eigen azuurblauw privézwembad. Ik kan de paradijselijkheid van de plek niet genoeg benadrukken. Vanuit de bomen keken wilde apen toe hoe we onze tenten opzetten en hout sprokkelden. Een slangetje en een schorpioen later waren we volledig voorbereid om te genieten van het idyllische oord. We baadden in het bassin of zonden wat. Voor het vallen van de avond knetterde ons kampvuur in alle hevigheid. Met behulp van dit staaltje beschaving kookten we noedels en dergelijke. Het wilde zwijn dat we tijdens de jacht gevangen hadden werd ontdaan van hoofd en organen en vervolgens gespiest. Daar had ik je even. Nee, er werd gezellig getaterd rond het kampvuur over koetjes en kalfjes. Diep in de nacht zochten we de slaap in onze tenten. Ik kan je verzekeren, een harde zandige rotsachtige ondergrond is geen matras. Bovendien wisten mierenkolonies onze tenten binnen te dringen. Die beesten kietelen. Ik kon de slaap niet vatten en zocht het gezelschap van de maan op, een Belgisch baken in een sterrenhemel die ik niet kende, een sterrenhemel die België reeds lang ontnomen was. In een nostalgische bui viel mijn gemis voor mijn prinses me toen voor de eerste keer zwaar. Ik besloot dan ook voor haar, in het gezelschap van vlammen en maan, op een onbewoond eiland onder de Indonesische sterrenhemel, diep in de nacht, een gedicht te schrijven. Gemis kan ook mooi zijn, weet u. Zodra het ochtendgloren zich liet merken maakte ik een hart van schelpjes in het zand, met haar naam erin. Wanneer de zon haar hoogste stand bereikt had tekende ik ook nog eens met mijn voet een groot hart in het zand, wederom met haar naam erin. Dit deed ik eigenlijk iedere reis voor haar. Toen ik in Turkije was liet ik een hartje met haar naam erin op mijn rug tekenen met zonnecrème, omdat ze mijn brede rug wel kon smaken. Op skireis was het dan weer een tekening in de sneeuw natuurlijk, wanneer ze even omkeek. Ook het einde van de Indonesiëreis was heerlijk. Ik weet nog hoe mooi ze was toen ik haar terugzag op de luchthaven, hoe innig haar omhelzing, hoe zoet haar lippen.
Dit was slechts een kleine greep uit de vele mooie anekdotes die ik met Lillipop meegemaakt heb, al dan niet in haar aanwezigheid. Ik zou nog uren over haar kunnen vertellen, over haar klassieke schoonheid en haar prachtige snoet, over haar mateloze intelligentie en diepzinnigheid. We konden gesprekken voeren als geen ander. We begrepen elkaar. Niet alleen op dat vlak trouwens, ook de passionele vrijpartijen zal ik niet gauw vergeten. De momenten dat ik haar zachte huid kuste van kop tot teen, de momenten dat ik haar haar streelde, dat ik haar zag genieten. Ik vond haar bijzonder mooi naakt, al zag zij dat zelf zo niet. Haar borsten, bijvoorbeeld, waren prachtig. Ik had en heb nog nooit zo’n mooie boezem gezien, ik zou er boeken en gedichten over kunnen schrijven. Perfectie. Zij kon mij in vuur en vlam zetten met haar zwoele blik en subtiele strelingen, ik haar met een kostuum en lieve woorden. We koesterden elkaars gezelschap, shoppend, pratend, etend, vrijend, slapend. Als ik bij haar was sliep ze als een roosje, als zij bij mij was voelde ik me gewaardeerd. Ze heeft me altijd gesteund wanneer ik het nodig had. Ze was er voor mij, altijd.
En nu zou ik graag mijn pakje terug dichtknopen, voor ik zo triest word dat ik het nooit meer wil opendoen.