Posts Tagged ‘wind’
Dag Dromelingen (deel 3)
Plots doorpriemde het paard het wolkenwit dat plaats ruimde voor hemels blauw. De berg bleek een vulkaan te zijn, die een gigantische rotsprop in zijn krater droeg. Terwijl we rond deze prop vlogen zag ik hoe het beuken van de golven de druk in de vulkaan deed stijgen. Er ontstonden spelonken waar in alle hevigheid lava uitgutste. Het schouwspel werd heviger en heviger. Het ging er zo intens en dreigend aan toe, dat ik hoopte dat het ros het gebeuren spoedig achter zich zou laten. Toen we de schaduwzijde van de prop verlieten werd ik verblind door helse zonnestralen en verdoofd door sterke geluiden. De muziek werd zo luid dat ik dadelijk mijn hand boven mijn ogen hield om beter te kunnen turen. Wat ik toen zag deed mijn mond openvallen van verbazing.
Paleizen. Ik zag zwevende paleizen. Trotse burchten gevestigd op de wolken, rustig drijvend op de wind. Prachtige hemelse kolossen waren het. De slotgrachten, die hun omwallingen omgaven, regenden van de wolkenranden af, de dieperik in. Ieder paleis, opgetrokken uit wit marmer en versierd met talloze kleurrijke vaandels, was verbonden met de anderen via regenbogen. Overal zag ik mensen aan de glasheldere horizon. Wat zeg ik, mensen, ze vlogen door het luchtruim als ware engelen. Ze beschikten over gevederde vleugelparen. Ieder van hen droeg ook een instrument bij zich. Tussen de kantelen van de burchten verschenen mensen, en ze vulden ook glimlachend de binnenpleinen en de ramen van de immense torens. Iedereen zong uit volle borst en bespeelde met heel hun ziel datgene wat ze bij zich droegen. Elke stem en elke hand leek bij te dragen aan de eensluidende meeslepende melodie die ik reeds vaag tussen het wolkengruis gehoord had. De zware percussie gaf de maat aan, terwijl de strijkers en blazers steeds feller afstevenden op een harmonieuze climax . Het oneindige orkest leek perfect mijn dramatische vlucht in noten te weerspiegelen en te weergalmen. Al deze mensen leken mij te verwachten. Sterker nog, het leek zelfs of ik het middelpunt van de belangstelling was, of ze dit alles voor mij deden. Terwijl ik tussen al dit moois zweefde kreeg ik waterige ogen en een week gemoed. De muzikale onderdompeling doordrong mijn lichaam met een gevoel van gelukzaligheid en ontzag. De spontane glimlach die zij op mijn gelaat toverden leek vastberaden en voor altijd te willen blijven. Ze wisten de gevoeligste snaar van mijn wezen te raken, mijn hart.
Waar ík niet wist waar eerst te kijken en te genieten, wist mijn gevleugelde vriend dat des te beter. Onverschrokken vloog hij zijn voorgestempelde route tussen de hemelse paleizengalerijen. Toen ik mezelf oprichtte om boven zijn hoofd de horizon af te speuren naar enige doelbestemming zag ik dat er een gedaante met hevige vaart naar ons toe gevlogen kwam. Ik herkende de bewegingen waarmee de verschijning het hemelruim doorkliefde. Het was namelijk een ander gevleugeld ros, met als enige verschil dat het naderende dier een prachtig witte vacht herbergde. Tot mijn grote verbazing vervoerde deze schimmel ook een persoon. Ik zag haar lange haren dansen in de wind, het was een meisje. Met even verbaasde en waterige ogen als ik maakten we naderend oogcontact.
Dag Dromelingen (deel 2)
Om deze post te kunnen volgen verwijs ik u eerst vriendelijk naar hier.
Terwijl ik naar boven vloog, de ziel uit mijn lijf krijsend als een klein meisje, zag ik enkel sneeuw. Zelfs de betonnen klinkers van het plein, die ik dadelijk van wel heel dichtbij zou waarnemen en voelen, waren aan mijn oog ontstolen. De zwaartekracht begon aan mij te trekken. Wat initieel een opwaartse beweging was, bleef dat niet. Net voor ik aan een helse duikvlucht begon, en tevens aan de omzetting van mijn doodsangsten in decibels, hoorde ik zeer luid gehinnik en geproest. Een zwarte gevleugelde gedaante scheerde door het sneeuwgordijn en ving me op. Ik klampte mij stevig vast aan wat de rug van een hengst bleek te zijn, een prachtig ros.
Met enkele gracieuze vleugelslagen zette hij standvastig koers in de witte oneindigheid. Zijn vastberadenheid temperde mijn eigen angst. Het klinkt misschien bizar, maar dankzij hem vond ik rust in die storm, in die mate zelfs dat ik geleidelijk indommelde, stilletjes verlangend dat het moment zou blijven duren. Mijn oogleden hadden nog geen seconde rust genoten toen het paard zich liet vallen, zijn vleugels beschermend boven mij gericht. Ik was zodanig geschrokken dat mijn hart het tikken niet meer kon bijhouden. Al wat ik waarnam in de gevederde cocon was het suizen van de wind, vergezeld van hevige donderslagen.
Toen het paard zijn veren weer spreidde en zich liet meevoeren door een luchtstroom was er geen sneeuw meer te bekennen. Sterker nog, ik zag al wat de horizon te bieden had. Met open mond aanschouwde ik oceaan, zo ver het oog reikte. Slechts één obstakel doorpriemde het woeste water, één gigantische berg tartte de oceaan met een kruin die zelfs de wolken achter zich liet. Nooit eerder zag ik zo’n donkere dramatische hemel. Ik was getuige van een machtig fenomeen. De wolken maanden de wind, donderend met hun bliksemse zwepen, aan de golven zulke grootte en vaart te geven dat ze met alle geweld tegen de berg zouden slaan. En de golven gehoorzaamden, als rollende reuzen ramden ze zijn rotsenvoet. Mijlenver waren de klappen te horen.
Met stijgende omwentelingen beklommen we de berg. Dat ik het niet zo zag zitten om de grijze wolken die hem kroonden te verkennen leek mijn metgezel niet te deren. Wederom werd mijn zicht ontnomen. Blind tussen al dat wolkengruis kreeg ik de illusie dat ik instrumenten hoorde. Strijkers, blazers, percussie, noem maar op. Hoe hoger, hoe luider. De muziek gaf de situatie perfect weer: dramatisch, zwaar, dolend in oneindigheid… Net daarom klasseerde ik dit gegeven weer als een product van mijn eigen krankzinnigheid. Dat de muziek adequaat was nam ik angstvallig als bewijs dat ik toch niet volledig gek geworden was. Toch niet volledig.
Wordt vervolgd…