Posts Tagged ‘zee’
De vlucht der verlegen zielen
Onder de hemelse stralen liep een jongen, speels en onbezonnen. Hij genoot van iedere ademteug die zijn longen vulde, van ieder sprietje dat zijn tenen kietelde, van hoe de wolken naar hem lachten. En hij lachte terug. Hij was één en al glimlach, vrolijkheid, blijheid. Wie niet beter wist zou gezegd hebben dat hij een kind van de zon was. Voor hem zongen de bloemen en dansten de bijen. Terwijl hij de velden doorkruiste voelde hij hoe het gouden koren zijn handen streelde. De natuur liefkoosde hem. De wind bracht hem een zomers wiegenliedje, waarop hij zijn ogen sloot en luisterend verder wandelde. Maar toen hij ze opende stond er plots een verschijning voor zijn neus. Lange haren, blozende wangen, rode lippen. Een meisje. Hij had nog nooit zoiets moois gezien. Hij keek diep in haar wijd gesperde ogen en kreeg een gevoel dat hem onbemind was. Een heerlijke gloed vervulde zijn lichaam. Hij wist er geen blijf mee. In die mate zelfs dat zijn onwetendheid angst werd. Deze tovenares had zijn hart in haar macht en hij wist niet wat te doen. Het enige wat in hem opkwam was rennen. Hij vluchtte. Hij liep zo snel dat zijn lichaam zijn benen bijna niet meer kon volgen. Zo ver het land hem voeren kon bleef hij doorgaan. Wouden, woestenij, wilde landschappen en wrede bergen kruisten zijn pad. Zelfs het ruime sop waarin het land baadde kon hem niet deren, en hij sprong de zee in. Hij trotseerde de walsende golven die hem koppig oceaan brachten. Ellenlange uren doorploeterde hij het eindeloze blauw. Het water spoelde zijn schaamte, zijn verlegenheid, zijn angst weg. Toen hij aan de andere kant van de gigantische plas weer aan land ging en verder liep kreeg hij spijt. Hij was net bijna naar de andere kant van de wereld gespurt, maar die verschijning had zijn hart gestolen. Vluchten had geen zin. Het kwaad was al geschied. Het mooiste wat hij ooit gezien had had hij achter zich gelaten in een vlaag van waanzin. Hij werd triest, heel triest. De wolken huilden en de bloemen zwegen. Radeloos keek hij, aangespoord door een sprankeltje hoop, achterom. Ze volgde echter niet. Tranen vertroebelden zijn zicht en toen hij terug voor zich uit keek knalde hij tot overmaat van ramp met een grote snelheid ergens tegenaan. Hij vloog met een klap op de grond. Gelukkig ving het groene gras hem op. Het obstakel lag kreunend naast hem. Toen hij ernaar gluurde schrok hij. Maar deze keer overwon hij zijn angst en streelde door haar lange haren, zoende de pijnlijke behuilde wangen waar hij met de zijne tegen was gelopen. Daarna keek hij nog veel dieper in haar ogen en zochten zijn lippen de hare op. Want iemand die de halve wereld voor hem doorkruist had, zo vond hij, mocht hem eeuwig betoveren. Hij droeg haar in zijn armen naar huis, en de magie heeft zijn hart nooit meer losgelaten.
Als ik een jager was…
Donderdag. Ochtend. Met reden spring ik uitgerekend vandaag wél uit bed. Een rariteit, dat kan ik u verzekeren. Ik draai de douchekraan open tot mijn naakte lijf de schroeiend hete temperatuur niet meer kan verdragen. Letterlijk ‘klaarstomen’ heet dat. Ik droog mezelf. Handdoek. Haardroger. Intussen openbaart de bedampte spiegel beetje bij beetje mijn gelaat. Met enige finesse worden de stoppels getrimd. Een borstel over de tanden, deodorant onder de oksels, en stokjes in de oren luiden het einde in van dit routineuze reinigingsritueel. De kilte buiten de badkamer wekt me. Ik sprokkel een garderobe bij elkaar die, hopelijk, de ogen streelt. Vervolgens krijgt mijn haar vorm en mijn huid een fijn geurtje. Dat vinden ze fijn. Mijn aanwezigheid mag niet onopgemerkt voorbijgaan. Ik keten mezelf met tikkend titanium en verschaf mijn ogen zicht met een prominente montuur. De accessoires maken de man. Een stoere zwarte caban omhult het geheel, vergezeld van leren handschoenen. In een roes van tijdsgebrek sprokkel ik mijn cursussen bij elkaar in mijn zwarte aktetas en sluit ik de nodige deuren. Klaar. Met beheerste tred spoed ik mij naar de aula.
Mijn intrede – op de valreep – blijft niet onopgemerkt. Ik sleep enkele nieuwsgierige blikken mee naar mijn plaats alvorens te gaan zitten. Enkele neusjes genieten van het bedwelmende parfumspoor dat ik bewust nalaat. Natuurlijk is het geen toeval dat ik me achter hen vestig. Zij zijn de motivatie voor mijn aanwezigheid, mijn eigenlijke Spaanse grammatica en taalbeheersing. Ik heb het over de blondine, links voor mij, en de brunette, rechts voor mij. Heerlijke tweeling mijner ogen.
Het is gevaarlijk, blonde schoonheid, om zulke verleidelijke blikken in mijn blikveld rond te strooien. De ontmoeting van onze ogen, vergezeld van een glimlach, duurt suggestief lang. Jouw sensuele actie, verlangt naar mijn reactie. Ik voel het. Als ik een jager was, zou ik jou ontvoeren naar warme zuiderse oorden, waar de taal passioneel is en het weer onverantwoord zwoel. Na een lange strandwandeling, verlicht door sterrenschijn, zou ik je naar een terrasje leiden dat in alle eenzaamheid lonkt naar de wiegende zee. Tussen dansende kaarsenvlammen zouden wij cocktailnippend onze remmingen laten meevoeren door de zachte wind. Onze brandende verlangens zouden rust vinden in de luwte van de dansvloer, versmeltend, verenigd. Een zuiderse dans zou het perfecte excuus vormen om jou rustig tegen me aan te drukken, om jou onbeschaamd te voelen, body to body. Vervolgens zouden we de zwoele zweem op onze huid, getuige van onze wederzijdse lust, afspoelen tijdens een stomend hete douche. Tevergeefs. Je mooie naakte lichaam wordt door mij naar het bed van onze exotische suite gedragen. Mijn zachte strelingen en zoenen over je lichaam luiden de aanvang van ons liefdesspel in, met enkel de maan als stille getuige.
Het is riskant, beeldschone brunette, om zo vaak over je schouder heen te lonken, onder het mom van notities nemen. Je buurvrouw heeft het antwoord ook, ongetwijfeld. Het feit dat ik, een wildvreemde, mijn schrift omdraai, zodat je mijn Sanskriet beter kan bestuderen, lijkt je niet te deren. Integendeel, je blijft staren terwijl ik verdrink in de onschuldige glans van je ogen. Als ik een jager was, zou ik jou schaken naar winterse oorden waar enkel mijn warmte de kilte in je hart kan smelten. Tussen de dennen zouden wij elkaar treffen, om vervolgens samen naar een verlaten blokhut, gesluierd in een eenzame winterwaas, te glijden. Ik zou jouw tintelende oortjes befluisteren met passionele poëmen, waarop je zou rillen van verrukking, en ik je kippenvel zou wegzoenen. De storm buiten zou ons pittige verleidingsspel binnen symboliseren en ons knus bij elkaar doen kruipen, starend naar de dartelende sneeuwvlokken aan de andere kant van het raam. Ik zou je verwarmen met mijn lichaamsgloed, om vervolgens te besluiten dat de kamer geen winterklederdracht meer behoeft. In alle tederheid zou ik je naakte hals masseren, je schouders, je borsten, je rug, je buik, je onderbuik, … zowel met mijn handen, mijn lippen, als mijn lichaam, tot je tintelt van genot. Ontdaan van je kleren, heerlijk geurend naar massageolie, zou ik je op het donzige tapijt voor het warme immerbrandende haardvuur leggen, en je verzadigen met mijn passie, tot het vuur niet meer het enige is dat vol overgave knettert.
Gelukkig voor jullie ben ik eerder een landbouwer.